Zzp’ers geven politiek Den Haag dikke onvoldoende

De politiek lijkt na zes maanden met een demissionair kabinet te hebben gefunctioneerd nu eindelijk tot een ‘nieuw’ kabinet te zijn gekomen, waarbij de coalitie wederom bestaat uit de VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie. Dit zal hoogstwaarschijnlijk ten goede komen aan de daadkracht voor het Nederlandse bedrijfsleven. Als het aan de zzp’ers ligt, moet er echter nog een hoop gebeuren wil de landelijke politiek hun vertrouwen terugwinnen.

Nederland telt een beroepsbevolking van ongeveer 9 miljoen mensen, waarvan ruim 1,1 miljoen professionals als zelfstandige zonder personeel (zzp) actief zijn. De afgelopen jaren is deze groep een groot deel van zijn vertrouwen in de politiek kwijtgeraakt, niet alleen door het geklungel in de formatiepogingen van de afgelopen maanden, maar ook door het jarenlange wanbeleid binnen het zelfstandigenlandschap.

Wet DBA

Het meest prangende voorbeeld: in mei 2016 werd de Wet DBA ingevoerd. Deze wet heeft als belangrijk doel de schijnzelfstandigheid (mensen die verkapt in loondienst zijn, maar als zelfstandig professional opereren) tegen te gaan. Tegelijkertijd moest de nieuwe wet zelfstandigen ook meer zekerheid bieden, door het gat tussen loondienst en zzp-werk te verkleinen.

Los van de vraag of de nieuwe wet zijn doelstellingen wel of niet heeft weten te behalen – hier bestaat veel discussie over – is één ding echter duidelijk: vijf jaar na dato is er nog steeds geen sprake van een breed gedragen kader en gecontroleerde handhaving.

Ondertussen blijft de politiek het onderwerp voor zich uitschuiven. Tot woede van zzp-belangenbehartigers. Zo zei het Platform Zelfstandig Ondernemers (PZO) in een reactie op de recente kamerbrief van demissionair minister Wouter Koolmees naar de Tweede Kamer: “Zelfstandigen hebben ruim vier jaar aangedrongen op duidelijke en vernieuwende regelgeving en zijn niets verder gekomen. Belangrijke besluiten op het dossier Wet DBA worden overgelaten aan een nieuw kabinet. En dat kan nog wel even duren.”

Ook is er veel te doen rondom het zwabberende beleid. Zo is er veel gesleuteld aan modelovereenkomsten, werd het plan om een minimumtarief in te voeren door het kabinet later geschrapt, bestaat er veel kritiek op de webmodule voor bedrijven (momenteel in de pilotfase), en leeft er nog meer kritiek.

Krediet verspeeld

Voor veel hoogopgeleide zzp’ers heeft de politiek met deze gang van zaken zijn krediet verspeeld. In een survey van HeadFirst Group, gehouden onder ruim tweehonderd zelfstandig professionals, komt naar voren dat ze de vertrouwensrelatie met de landelijke politiek een score geven van 4,6 op een schaal van één tot tien.

Dit lage vertrouwen is niet enkel het gevolg van de puinhoop rondom de Wet DBA, zegt Han Kolff, CEO bij HeadFirst Group. Zo twijfelen zzp’ers over de deskundigheid van de beleidsmakers en of ze wel in staat zijn vraagstukken op de arbeidsmarkt op te lossen.

Niet gehoord

Het gevoel “niet gehoord te worden” is een ander belangrijk kritiekpunt van zp’ers. Volgens de enquête ervaren zij dat er voornamelijk wordt geluisterd naar de traditionele polderpartijen, zoals vakbonden en werkgeversorganisaties. Daarnaast storen zp’ers zich aan het feit dat alle typen zzp’ers over één kam worden geschoren en er in politiek Den Haag een negatief beeld hangt rondom zp’ers.

Kolff zegt dat er volop werk aan de winkel is, en draagt ook zelf een oplossing voor: “Geef zp’ers een zelfstandige plek in de SER en ga laagdrempelig in gesprek met alle type zzp’ers die Nederland rijk is.”

Ook buiten de zzp-doelgroep ligt de politiek onder vuur. Eerder onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau toonde aan dat het vertrouwen in de politiek in het eerste halfjaar van 2021 op een historisch dieptepunt staat. De vastgelopen formatie, de aanpak van het coronabeleid en de politieke nasleep van de toeslagenaffaire zijn hierbij de meeste genoemde oorzaken.

Klik hier voor de link naar het originele artikel.

De stand van zaken in de zakelijke dienstverlening (in 5 grafieken)

Softwarebedrijf Exact heeft de nieuwste editie van zijn zogeheten MKB Business Barometer uitgebracht, een terugkerend onderzoek naar de belangrijkste trends en ontwikkelingen die spelen binnen het midden- en kleinbedrijf. Een greep uit de kernbevindingen voor de sector zakelijke dienstverlening.

De omzet van zakelijke dienstverleners

Het coronajaar 2020 was een zware periode voor veel zakelijke dienstverleners met discretionaire dienstverlening, waaronder consultants. Accountants en belastingadviseurs daarentegen leveren diensten die wat stabieler van aard zijn, omdat bedrijven nu eenmaal hun belastingverplichtingen moeten nakomen en hun financiële jaarverslagen van een onafhankelijke audit dienen te voorzien.

Over de hele linie bekeken had maar liefst 40% van de dienstverleners in 2020 te maken met een krimp in omzet, terwijl het aandeel groeiers bleef steken op 22%. Het aantal bedrijven dat het jaar afsloot met verlies bleef beperkt tot 24%, vooral vanwege de steunmaatregelen die door de overheid werden opgetuigd.

Voor 2021 zijn de verwachtingen echter een stuk positiever, zo blijkt uit recent onderzoek.

 

Uitdagingen binnen de branche

Een derde van de zakelijke dienstverleners geeft aan dat de acquisitie van nieuwe klanten hun grootste uitdaging vormt. Op plek twee staat de werving van nieuw personeel, een thema dat almaar belangrijker is geworden door de aantrekkende economie (maar ook steeds lastiger wordt door het groeiende tekort aan personeel).

Hoe projecten worden opgeleverd

Volgens de survey van Exact, die is gehouden onder leiders werkzaam bij 80+ zakelijke dienstverleners in het mkb-segment (denk aan accountantskantoren, consultancybureaus, ingenieursbureaus en IT-adviesbureaus), lukt het in circa driekwart van de gevallen om projecten op tijd, binnen budget en tegen de gewenste kwaliteit op te leveren.

Het aandeel van projecten dat niet volgens afspraken worden opgeleverd vertegenwoordigt echter een grote kostenpost voor opdrachtgevers en de sector zelf. Inhurende klanten krijgen de rekening gepresenteerd voor budgetoverschrijdingen, een latere oplevering of het moeten werken met oplossingen van mindere kwaliteit.

En omdat niet alle klanten bereid zijn om te betalen voor ‘mislukte projecten’ lopen zakelijke dienstverleners geld mis. Volgens de respondenten is aan het einde van de rit 12% van alle fees die gebudgetteerd worden niet factureerbaar – kortom de schadepost (bekend als ‘gederfde omzet’) loopt op tot in de miljarden (de consultancymarkt alleen al heeft een marktwaarde van €2 miljard).

De impact van corona op de bedrijfsvoering

Naast de druk op de omzet en winst, zorgt de Covid-19-pandemie ook voor grote veranderingen in de manier waarop er gewerkt wordt. Zakelijke dienstverleners zijn over het algemeen al langer bekend met digitaal en remote werken, waardoor voor deze groep de transitie soepeler is verlopen dan het geval was in andere sectoren.

Bij een groep van digitale koplopers binnen de branche leverde de transitie naar digitaal en thuiswerken “geen enkel probleem” op volgens de Exact-survey. De meeste bedrijven geven echter aan dat ze veranderingen hebben moeten doorvoeren in hun processen en systemen om de transitie te faciliteren. Te denken valt aan het verbeteren van digitale processen of (versneld) de overstap maken naar de cloud.

Net als in andere sectoren staat het investeren in betere thuiswerkmogelijkheden hoog op de agenda voor de komende maanden.

Het belang van digitalisering

Niet verrassend zien de respondenten digitalisering als een van de belangrijkste trends voor de komende jaren. Maar liefst 70% van de ondervraagde zakelijke dienstverleners verwacht dat technologische veranderingen een sterke impact zal hebben op het concurrentielandschap voor de komende jaren.

Dit heeft een effect op verschillende facetten. Om te beginnen digitaliseren klanten hun processen, met als gevolg dat zij ook steeds vaker zelf een digitale ervaring verlangen en verwachten. Ook speelt er een intern aspect: door het digitaliseren van hun eigen bedrijfsvoering (denk aan tools ter ondersteuning van business development, voor een betere project delivery of voor het automatiseren van bijvoorbeeld de facturatie) kunnen zakelijke dienstverlener een concurrentievoordeel realiseren.

Tot slot is er de impact op verdienmodellen. Zo komen steeds meer digital-first concurrenten op de markt die een stukje van de markt inpikken. Denk aan marktplaatsen of digitale netwerkbedrijven. Dit biedt anderzijds natuurlijk ook kansen. Zo kunnen digitale proposities zoals ‘as a service’ of een abonnementsmodel (bijvoorbeeld een maandelijkse fee voor een oplossing) ook bijdragen aan omzetgroei en onderscheidend vermogen.

Digitalisering is niet eenvoudig, erkennen de respondenten. Zo geven ze aan dat het vooral moeilijk is om processen te veranderen en om klanten mee te krijgen. Ook maken ze zich zorgen over privacy en beveiliging. Bovendien kampen sommige spelers met een verouderde IT-infrastructuur, waardoor ze niet snel en effectief kunnen inspelen op toekomstbestendige veranderingen.

Klik hier voor de link naar het originele artikel

De werksituatie van zelfstandig ondernemers zonder personeel Anno 2021 – ZEA Enquete

Begin 2021 is voor de vierde keer de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) uitgevoerd door TNO en het CBS, in samenwerking met het ministerie van SZW. Ruim 8.000 zelfstandig ondernemers, waarvan meer dan 6.500 ondernemers zonder personeel, vulden de vragenlijst over hun werksituatie in.

In deze publicatie geven TNO en het CBS een eerste beknopte beschrijving van de resultaten. Daarbij is gekeken naar ontwikkelingen in de tijd, maar ook naar verschillen tussen sectoren en leeftijdscategorieën.

De vragenlijst is ingevuld ten tijde van de COVID-19 pandemie, waardoor de werksituatie van zelfstandig ondernemers is beïnvloed. De doelgroep van de ZEA bestaat uit zelfstandig ondernemers. Dit zijn personen die voor eigen rekening of risico arbeid verrichten in een eigen bedrijf of praktijk en daarover winstaangifte doen voor de inkomstenbelasting bij de Belastingdienst. Zelfstandig ondernemers vormen de grootste groep zelfstandigen. Andere zelfstandigen, zoals directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s), meewerkende gezinsleden en overige zelfstandigen (personen met resultaat uit overige werkzaamheden) behoren niet tot de doelgroep van de ZEA 2021.

Hoewel de ZEA over zelfstandig ondernemers met en zonder personeel gaat, betreft deze publicatie alleen de zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers). Dit is de grootste groep onder de zelfstandig ondernemers waarvan de omvang is toegenomen van 892.000 mensen in 2015 tot ruim 1 miljoen in 2019.

Deze publicatie beschrijft de eerste globale resultaten. Aanvullende analyses op de data zullen in de toekomst plaatsvinden om meer verdieping te geven. Het methodologisch rapport van de ZEA geeft de methodologische verantwoording van het onderzoek en presenteert een overzichtstabel met resultaten van zelfstandig ondernemers.

Download hier de publicatie – LINK

Link naar originele artikel op de TNO website – LINK

Hoe gaat het met de opmars van de elektrische auto?

Wanneer zullen elektrische voertuigen een aanzienlijk deel van de automarkt hebben veroverd? Experts van Simon-Kucher & Partners gingen op onderzoek uit.

Volgens brancheorganisatie Association des Constructeurs Européens d’Automobiles (ACEA) was in de Europese Unie in 2019 circa 3% van alle nieuw verkochte auto’s een volledig elektrisch aangedreven model. Slechts één jaar later gaat het volgens ACEA om 10,5%. In ons land gaat het in 2020 zelfs om zo’n 20%, meldt PwC in een recent onderzoek.

Niettemin zal het volgens Simon-Kucher & Partners nog wel tot circa 2030 duren voordat ongeveer een kwart van het mondiale wagenpark volledig elektrisch is aangedreven. Een weinig hoopgevende conclusie met het oog op de Parijse klimaatdoelstellingen richting 2050.

Op dit moment bestaat de wereldwijde personenautovloot uit circa 1,4 miljard voertuigen. Daarvan is minder dan 1% volledig elektrisch aangedreven. In 2030 gaat het volgens Simon-Kucher dus om zo’n 25%. Dat betekent echter dat vanaf dat moment in slechts twintig jaar tijd (tot aan 2050) meer dan één miljard brandstofauto’s moeten worden vervangen. Geen eenvoudige opgave.

Temeer omdat elektrische auto’s momenteel nog best wel prijzig zijn, terwijl de tweedehandsmarkt onvoldoende aanbod kent. Maar daar komt volgens de onderzoekers van Simon-Kucher binnen afzienbare tijd verandering in. Zo zullen kleine volledig elektrisch aangedreven auto’s wereldwijd betaalbaar worden voor de meeste consumenten tussen 2023 en 2026.

En auto’s uit de zogenaamde compact klasse (iets groter dan die uit het vorige segment) zullen wereldwijd voor de meeste consumenten vanaf 2023 tot 2024 betaalbaar zijn, aldus Simon-Kucher & Partners in zijn rapport. “De transitie van de auto met brandstofmotor naar volledig elektrisch aangedreven modellen versnelt.”

De onderzoekers hebben ook bekeken of de toenemende populariteit van elektrische voertuigen de manier verandert waarop auto’s worden verkocht. Conclusie: tot op zekere hoogte. “Traditionele dealers zullen in de toekomst relevant blijven, maar de belangstelling voor nieuwe koopervaringen groeit, vooral in stedelijke omgevingen.”

Maar om welke nieuwe koopervaringen gaat het dan? Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van een laadcontract aan de verkoop van een elektrische auto. In dat geval betaalt een consument maandelijks een bedrag om op bepaalde plekken zijn auto te kunnen opladen. “Het is nu aan autobedrijven om hun productaanbod verder te ontwikkelen”, aldus Simon-Kucher & Partners.

Bron: Consultancy.nl – link

Wet die flexwerkers moest beschermen, doet hun juist de das om

Nieuwe regels om de positie van flexwerkers te verbeteren, bereiken juist het tegenovergestelde. Werkgevers hebben massaal tijdelijk- en inhuurpersoneel aan de kant gezet in de aanloop naar de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) om te voorkomen mensen in vaste dienst te moeten nemen.

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) werd begin 2020 van kracht en moest het voor werkgevers aantrekkelijker maken flexwerkers en zzp’ers in dienst te nemen.

Met de maatregel draaide het kabinet een aanzienlijk deel van de flexibilisering van de arbeidsmarkt terug. Die leidde het afgelopen decennium tot een enorme verschuiving van vast naar tijdelijk werk met veel negatieve gevolgen. Zo hebben flexwerkers minder financiële weerstand, bouwen ze zelden een goed pensioen op en zijn ze kwetsbaarder bij crises of ziekte.

Volgens analisten van ABN Amro is de WAB haar doel voorbij geschoten. Weliswaar is flexibel werk per saldo minder aantrekkelijk geworden, maar in tegenstelling tot de verwachting daalde ook het aantal vaste contracten. Daarbij is de invloed van de coronacrisis nog buiten beschouwing gelaten.

 

Vooral vrouwen getroffen

Vooruitlopend op de invoering van de WAB, die in mei 2019 door de Eerste Kamer werd aangenomen, wezen werkgevers flexers massaal de deur om te voorkomen hen contract te moeten geven. Volgens ABN Amro verloren in totaal 77 duizend van de 1,5 miljoen flexarbeiders hun werk vanwege de wet, een groot deel vóór de invoering ervan. Vooral de zwaksten op de arbeidsmarkt, laagopgeleiden en jongeren werden getroffen. Voor hen is dat extra zuur, omdat juist deze groepen moeilijker weer aan werk kwamen, zeker tijdens de coronacrisis.

Jonge vrouwen werden met name getroffen – bijna 62 duizend – omdat vooral in sectoren waar zij werkzaam waren (thuiszorg, kinderopvang, winkels) veel werk verdween. Het merendeel heeft volgens ABN ‘waarschijnlijk de arbeidsmarkt verlaten’. De 16 duizend mannen die hun flexbaan kwijtraakten, kwamen gemakkelijker weer in aan het werk. ABN ziet ‘anekdotisch bewijs’ dat dit mede te maken heeft met zwangerschapsdiscriminatie door werkgevers.

De weggestuurde flexwerkers zijn volgens ABN waarschijnlijk niet één op één vervangen door vaste contracten. Om gaten te dichten schakelden bedrijven veel meer zzp’ers in, deels dezelfde flexwerkers die eerder naar huis werden gestuurd.

 

Doel is niet bereikt

Daarmee is volgens ABN de disbalans op de arbeidsmarkt juist in stand gehouden. Veel zelfstandigen hebben namelijk te maken met dezelfde problemen als flexkrachten. “Terwijl de WAB juist is bedoeld om voor werkgevers vaste arbeidsrelaties aantrekkelijker te maken dan flexibele arbeidsrelaties,” zegt ABN-analist Kamalika Patra.

“Uit het onderzoek blijkt echter dat de opgezegde contracten niet aantoonbaar zijn vervangen door vaste contracten en veel mensen in de WW terecht zijn gekomen. Daar blijkt uit dat het doel van de WAB – meer werk en inkomenszekerheid voor werknemers en meer flexibiliteit voor werkgevers – niet is bereikt.”

Demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) vindt het te vroeg om al conclusies te trekken. “Zeker het coronajaar heeft veel vertekend. Wat we wel langjarig kunnen vaststellen is dat flexibel werk steeds meer toeneemt.” Dat is opvallend, omdat juist als het economisch goed gaat, zoals in 2019, vast werk juist zou moeten groeien, mede omdat er dan tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan.

Het kabinet heeft volgens Koolmees al stappen gezet om de verschillen in kosten voor werkgevers tussen vast en flex te verkleinen. Maar die stappen zijn minder ver gekomen dan gehoopt. “De verschuiving naar zzp blijft een zorgpunt. Het is aan een volgend kabinet om door te gaan met maatregelen om de arbeidsmarkt beter te helpen werken.”

Bron: Het Parool, klik op deze link voor het originele artikel.

‘Bram’s Oboe’ – concert

In dit diverse programma zetten we de hobo extra in het zonnetje. Hoboïst Bram Kreeftmeijer neemt ons mee op avontuur met zijn instrument, net zoals Father Gabriel dat deed in de film the Mission. Hij voert ons langs muzikale panorama’s van ‘hobohit’ Mozart naar Poulenc, vervolgt de tocht naar Johann Christian ‘London’ Bach om in een verrassende afslag te eindigen bij Ennio Morricone’s Gabriel’s Oboe.

Deze toegewijde ontdekkingsreiziger wordt op de expeditie vergezeld door 4 muzikale reisgenoten met allen een enorme staat van dienst. Een zangerig, spectaculair, virtuoos, maar ook licht, geestig en gekruid met spannende harmonieën programma. Dit menu heeft vele smaken, van duo’s tot een kwintet, met voor iedereen z’n moment om in het zonlicht te stralen.

Klik voor programma en kaarten op deze link.

Met winterbanden scheren we langs de afgrond – column

Er is iets vreemds aan de manier waarop we tegenwoordig met risico’s omgaan. De kans dat er iemand bij je voordeur inbreekt, is relatief laag. Toch installeren we massaal de elektronische deurbel om ongure types buiten de deur te houden. Hoe klein het risico ook is, we doen er alles aan om het te reduceren. Maar waar de kans op ongelukken groot is, nemen we alle risico’s van de wereld. Dezelfde mensen die een elektronische deurbel aanschaffen, schromen er niet voor al hun spaargeld in crypto’s te steken. We staren ons blind op de kleine risico’s, maar hebben geen oog voor de grote. Hoe kan dat?

De elektronische deurbel past in het beeld van de risico­samenleving, een samenleving die voortdurend bedacht is op risico’s en er alles aan doet om deze te minimaliseren. Met de moderne overtuiging dat het ­leven maakbaar is, is het afwegen van risico’s relevanter geworden: we nemen geen genoegen met het noodlot, denken dat we het leven zelf onder controle hebben en daar hoort een gedegen risicoafweging bij. Technologie reikt daarbij de helpende hand. Door de vele sensoren en data kunnen we steeds beter voorspellingen doen en dus beter risico’s inschatten.

Door dit idee van maakbaarheid en onze verbeterde risico inschatting zijn we steeds meer aspecten van ons leven door de ­risicobril gaan bekijken. Onschuldige fenomenen, die tot voor kort als plezierig of comfortabel werden bestempeld, zijn we als risico gaan zien. Zoals ‘spelende kinderen op straat’ of ‘zittend kantoorwerk’. Het paradoxale is dat al die kennis over mogelijke risico’s en de technische mogelijkheden om ze weg te nemen niet automatisch bijdragen aan een geruster gevoel. Het is eerder andersom. Omdat we zien waar het mis kan gaan, dénken we ook dat het mis kan gaan. De mogelijkheden om ­zekerheden in te bouwen voeden het gevoel van onzekerheid.

‘We staren ons blind op kleine risico’s en hebben geen oog voor de grote. Hoe kan dat?’

Maar waar het onwaarschijnlijke met steeds meer voorzichtigheid wordt benaderd (de inbreker aan de deur), storten we ons tegelijkertijd met blind enthousiasme in avonturen waarvan de gevolgen veel minder onwaarschijnlijk zijn (zoals het speculeren in exotische asset classes). Waarom daar wel die ­risico’s lopen?

Dat heeft met twee dingen te maken. Het eerste is dat we ons gemakkelijk laten meevoeren in het enthousiasme over de mogelijke uitkomst. Het is de rush van de zoveelste cryptosprint die maakt dat je er nog een schepje bij doet. Volgens de Franse filosoof Tristan Garcia is de moderne mens verslaafd aan het idee van een intens leven. We willen allemaal een leven leiden als Baudelaire: nooit saai en permanent op zoek naar nog meer intense ervaringen. We stellen een gelijkmatig leven gelijk aan een middelmatig leven en dat wil niemand. En bij dat intense leven hoort het nemen van grote risico’s.

De tweede reden is dat door het wegvallen van een beschermende overheid mensen hun toevlucht moeten zoeken tot de markt voor het verkrijgen van bestaanszekerheid. En wanneer iedereen zich met grote intensiteit op de markt begeeft, nemen de risico’s automatisch toe.

De moderne mens is een schizofreen persoon: met winterbanden scheert hij langs de afgrond.

Klik hier voor het originele artikel.

De bank van de toekomst zit op de blockchain – artikel

De bitcoinmunt mag de koppen halen, het ging in het bedrijfsleven de afgelopen tijd vooral over de achterliggende technologie, de blockchain. 

Een netwerk waarbij vertrouwen vanzelfsprekend is. Welk bedrijf wil dat nou niet? Het ging de laatste jaren in het bedrijfsleven niet over de bitcoin, de munt die het medialandschap domineert, maar over de achterliggende techniek, de blockchain.

Van Shell tot Rabobank en van Allianz tot AstraZeneca; iedereen wilde ‘iets’ met blockchain. Het resultaat van al die experimenten is mager. De blockchain is weliswaar een elegante oplossing, maar ook een uiterst gecompliceerde. In de meeste gevallen bleek een database met een paar goede onderlinge afspraken net zo goed te functioneren. Veel geleerd, weinig resultaat.

Kapitaalronde

En toch staan de ontwikkelingen niet stil, zegt Joost van der Plas, partner bij het investeringsfonds Maven 11 dat donderdag een nieuwe kapitaalronde van €40 mln presenteert. We zien er nog niet veel van terug, maar onder de oppervlakte wordt gebouwd aan een nieuwe financiële infrastructuur, zegt hij. ‘We hebben lang gekeken naar een gat in de grond waar eigenlijk een toren had moeten staan. Nu zien we de contouren van de eerste verdiepingen.’

Van der Plas geeft als voorbeeld de bedrijven die lenen zonder tussenkomst van de bank mogelijk maken. Nu gaat dat nog met onderpand, leners brengen cryptogeld in en krijgen daar dollars voor terug. Op termijn moet het ook mogelijk worden om iemands digitale krediethistorie, denk aan de handel en verkoop van cryptomunten, te combineren met traditionele bankdata. ‘Waardoor een betere risico-inschatting ontstaat.’

Op het moment zit er rond de $50 mrd aan dollarwaarde in dit type cryptoleningen, Van der Plas schat in dat dit bedrag voor het einde van het jaar oploopt naar minimaal $150 mrd. ‘Dat is nog niks op wereldschaal, maar het groeit hard.’

Ethereum

De ondernemers waar Maven 11 in investeert zijn actief in een domein dat DeFi genoemd wordt. Het gaat om bedrijven die software ontwikkelen op het ethereum-protocol — een van de waardevolste cryptomunten van het moment. Onder hen bevinden zich veel leenbedrijven, maar ook handelsplatformen, marktplaatsen en partijen die zich richten op verzekeren, betalen en sparen.

Het kapitaal uit het laatste investeringsfonds is afkomstig van family offices, bekende ondernemers en zogenoemde high net worth individuals. ‘Partijen met een gezonde interesse in dit domein. Vaak met een achtergrond in de financiële wereld.’ Maven 11 verwacht de fondsomvang nog voor het einde van de zomer tot €65 mln toe te laten nemen.

Na de hype van 2018, toen investeerders in totaal $8,5 mrd investeerden in ieder project met ‘blockchain’ in de naam, is het realisme terug in de sector, belooft Van der Plas. ‘De blockchainstructuur waar de afgelopen jaren aan is gebouwd, gaat nu iets opleveren.’

Klik hier voor het volledige artikel.

Zelfontsnapping – column

Vooral interessant in het kader van de huidige ‘golf van digitalisering’. Het wegnemen van routinematige handelingen brengt een zelfopgelegde verplichting met zich mee en vraagt om nieuwe kaders.

Het lijkt wel de grootste ommezwaai in ons arbeidsleven van de afgelopen twintig jaar. Nog niet zo lang geleden schreeuwden medewerkers om meer vrijheid en autonomie op de werkvloer. Nu lijkt er precies het tegenovergestelde aan de hand te zijn: mensen willen juist begrensd worden in hun vrijheid om almaar te werken. Er is ineens een roep om allerlei regels die de werkdag inperken, zoals verplichte vergaderloze dagen en de afspraak elkaar ’s avonds niet te mailen. Wat is hier aan de hand?

De afgelopen zestig jaar stond in het teken van de roep om meer vrijheid. Vanaf de jaren zestig werden religieuze ketenen door grote groepen in de samenleving met veel enthousiasme afgeworpen. De tweede stap volgde met de opkomst van het neoliberalisme. Op de werkvloer namen we afscheid van strikt hiërarchische vormen van leiderschap. Langzamerhand werden we vrij van het strenge regime van kerk, staat en baas. Voortaan waren we regisseurs van ons eigen geluk.

‘Het is heel moeilijk om aan je eigen plichtsbesef te ontsnappen, zeker als routines wegvallen’

Maar dat nieuwe vrije leven was niet vrij van dwang. Het neoliberalisme liet mensen niet alleen vrij, maar legde ook een subtiele zelfverplichting op. Voortaan waren we zelf verantwoordelijk. Dat betekent: als het fout gaat, is er ook niemand om de schuld te geven. Niet de kerk, de staat of de baas heeft het gedaan, maar jijzelf. Ook de omstandigheden konden niet meer worden aangewezen als zondebok. En zo veranderde vrijheid in een permanente druk om er alles aan te doen om het beste uit jezelf te halen. Zelfbeschikking werd langzaam zelf opgelegde verplichting. Het leven zelf werd een prestatie.

De subtiele dwang in dit nieuw verworven vrije leven komt niet van boven, maar van jezelf. En daar valt veel moeilijker aan te ontsnappen. Het is heel moeilijk om aan je eigen plichtsbesef te ontkomen. Zeker als kantoorroutines door corona wegvallen en iedereen de hele dag achter een scherm zit. Virtueel werken houdt namelijk nooit op. Juist het thuiswerken maakt duidelijk hoe belangrijk het is om te kunnen ontsnappen aan zelfopgelegde druk. Het besef begint door te dringen dat vrijheid begint bij zelfsturing; met een bewustzijn van je eigen patronen en het vermogen die te veranderen.

Het neoliberalisme gaf mensen zelfverplichting zonder het recept om de uitwassen daarvan te voorkomen; namelijk het vermogen tot zelfrestrictie. Gek genoeg moeten we daarvoor terug naar de religies. Zij brachten behalve geloof ook oefenpraktijken. Denk aan bidden, contemplatie, vasten en meditatie. In de woorden van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: de relatie met God heeft niet alleen een verticale, maar ook altijd een horizontale dimensie gehad waarbij mensen zichzelf disciplineerden door vooral veel te oefenen. Dat zien we tegenwoordig eigenlijk alleen nog maar terug in de sport. Maar deze geseculariseerde tijd met zijn eindeloze werkroutines vraagt juist om een herwaardering van oefenprogramma’s voor de geest.

We kunnen de ander vragen om ons uit de maalstroom van activiteiten of gedachten te trekken. Maar we kunnen ook leren dat zelf te doen. Niet om beter te kunnen presteren, maar om beter te leven.

Link naar het originele artikel: link

Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege corona werkt Nederland zo veel mogelijk thuis. Maar kun je als werkgever jouw personeel hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?