Verbeelding is belangrijker dan kennis (Albert Einstein)

In de afgelopen weken heb ik geschreven over kennisbeheer en ons tweede brein. Naar het eind van het jaar toe zal ik in 10 delen gaan schrijven over online samenwerking en het belang van individueel netwerkmanagement. Dan kunnen we in 2022 het beste uit onszelf gaan halen én er een relaxed stressvrij leven op nahouden. Hoe mooi is dat.

Individueel netwerkmanagement, dat is zeker geen contradictie in terminus. Het heeft ook weer alles te maken met het Conciglio denken en doen. Het beheer van onze kennis en onze activiteiten. Maar voordat ik in het volgend artikel in zal gaan op online samenwerking en netwerkorganisatie deze week eerst de aandacht nog even op iets anders!

Conceptontwikkeling

Iemand heeft een idee en in het beste geval wordt er voor de ontwikkeling van een product, een nieuwe dienst of project eerst een marktonderzoek gedaan. Ondanks de enthousiaste inzet van alle medewerkers en de beschikking over voldoende financiële middelen slaat het uiteindelijk resultaat van alle inspanningen niet aan. Project mislukt!

Een jarenlang succesvolle onderneming met mooie producten en diensten, een duidelijke focus op expansie, schaalvergroting en winstmaximalisatie komt plotseling onverwachts én heel erg snel in zwaar weer terecht. Hoe kan dat nou?

Niet zelden ligt de oorzaak bij conceptontwikkeling…… Of beter gezegd het ontbreken ervan in het gehele proces van business development.

Huh. Wat is dan conceptontwikkeling precies?

Het ontwikkelen van concepten wordt vaak verward met het genereren van ideeën. Daarbij worden onder meer brainstormsessies ingezet. Maar een idee is nog geen concept. Verwarring ontstaat ook regelmatig met de initiatieffase bij het ontwikkeling van producten, diensten en projecten. Conceptontwikkeling is echter veel meer! Het gaat om de ontwikkeling van concepten op zich. Het is een methodiek, een manier van werken en gestructureerd denken om te kunnen komen tot innovatieve oplossingen. Het is een creatief denkproces en kent een gedeeltelijke overlap met aan één kant trendwatching en aan de andere kant marktonderzoek. Het is een afgebakend vakgebied binnen business development.

Het eindresultaat van conceptontwikkeling is de conceptdefinitie en het conceptboek. Het laatste geeft input voor de verdere ontwikkeling van producten, diensten of projecten. Het levert daarbij richtlijnen voor de bewaking van het concept.

Is dat allemaal nu wel nodig?

Ik ben van mening dat als je iets doet het maar beter goed kunt doen. Toch zeker als het gaat om de toekomst en vernieuwing. Conceptontwikkeling is dus nodig om optimaal in te kunnen spelen op ontwikkelingen en trends. Om duidelijkheid te krijgen dat er geen kansen blijven liggen en om de juiste definitie te geven aan het marktonderzoek alvorens je begint met ontwikkelen van je MVP. Conceptontwikkeling vooraf zorgt er ook voor dat je bestaande producten en diensten voortdurend kunt verbeteren. Het gehele proces wordt opgedeeld in drie fasen: Analyse, Ontwerp en Realisatie.

Analyse

Het analyseproces bestaat uit vier onderdelen, DOTS, wat staat voor doelgroepen, opdrachtgever, trends en sectoren.  Bij de verschillende doelgroepen brengen we specifieke manifeste waarden in kaart en dat levert een definitie op van personas of ijkpersonen. Daarnaast kan er een beeld worden gemaakt van de identiteit van de initiatiefnemer. Geschiedenis of achtergrond, cultuur, missie, visie, waarden en marktpositie zijn verschillende aspecten die daarbij in acht moeten worden genomen. Het trendonderzoek speelt zich af op drie verschillende niveaus: mega, macro en microtrends. Tenslotte wordt er gekeken naar verschillende sectoren. De analyse levert een zogenaamde “valuefit”  op waar per doelgroep opportuniteiten, pijnpunten en oplossingen worden samengevat.

Ontwerp

In de ontwerpfase wordt vanuit de valuefit een conceptstatement opgesteld van waaruit meerdere concept ontwerpen worden ontwikkeld. Deze bestaan uit waardeproposities voor de verschillende doelgroepen gedefinieerd in concepten, pijnverzachters en voordeelverschaffers.

Realisatie

Het conceptboek omvat alle relevante informatie over het conceptontwerp dat nodig is om over te kunnen gaan tot nader marktonderzoek en tot de definitieve ontwikkeling. Hierbij komen de volgende aspecten aan de orde: conceptdragers, communicatie, organisatie, fysieke omgeving, materialisatie en netwerken.  De structuur van het conceptboek volgt een Osterwalder Business Model Canvas (BMC).

In het eerste hoofdstuk staat de WAT-vraag centraal. Hierin moet specifiek worden aangegeven wat de centrale conceptdrager (product of dienst) is. Het tweede hoofdstuk WIE gaat gedetailleerd in op de beoogde doelgroepen. Er wordt gebruik gemaakt van de resultaten uit de doelgroep analyses. In het derde hoofdstuk HOE wordt duidelijk hoe de implementatie van het conceptontwerp georganiseerd wordt. Kort samenvattend. De primaire conceptdrager komt in H1 terug,  communicatie in H2. Fysieke omgeving, materialisatie, netwerken en organisatie in H3. In hoofdstuk vier tenslotte wordt de financiële balans opgemaakt. Onderdeel van dit hoofdstuk is een voorlopige en globale investerings- en exploitatiebegroting. Het geheel brengt je inzichten in nieuwe concepten.

Verbeelding is belangrijker dan kennis.

Deze uitspraak is van een van de grootste denkers ooit. We mogen echter niet voorbij gaan dat aan Einstein zijn inbeeldingsvermogen een systematische manier van denken en analyse vooraf is gegaan. Het leverde hem de concepten die hem als eerste tot zijn uitzonderlijke inzichten en bevindingen brachten. Conceptontwikkeling is volgens mij naast kennis een investering in inzichten. Inzichten die je behoeden voor het maken van fouten maar bovenal je een zakelijk strategisch voordeel kunnen brengen. Het maakt je, zoals tegenwoordig vaak gepopulariseerd wordt, beweeglijk en veerkrachtig.

Tot gauw, PJ 15 oktober 2021

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing

Zzp’ers geven politiek Den Haag dikke onvoldoende

De politiek lijkt na zes maanden met een demissionair kabinet te hebben gefunctioneerd nu eindelijk tot een ‘nieuw’ kabinet te zijn gekomen, waarbij de coalitie wederom bestaat uit de VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie. Dit zal hoogstwaarschijnlijk ten goede komen aan de daadkracht voor het Nederlandse bedrijfsleven. Als het aan de zzp’ers ligt, moet er echter nog een hoop gebeuren wil de landelijke politiek hun vertrouwen terugwinnen.

Nederland telt een beroepsbevolking van ongeveer 9 miljoen mensen, waarvan ruim 1,1 miljoen professionals als zelfstandige zonder personeel (zzp) actief zijn. De afgelopen jaren is deze groep een groot deel van zijn vertrouwen in de politiek kwijtgeraakt, niet alleen door het geklungel in de formatiepogingen van de afgelopen maanden, maar ook door het jarenlange wanbeleid binnen het zelfstandigenlandschap.

Wet DBA

Het meest prangende voorbeeld: in mei 2016 werd de Wet DBA ingevoerd. Deze wet heeft als belangrijk doel de schijnzelfstandigheid (mensen die verkapt in loondienst zijn, maar als zelfstandig professional opereren) tegen te gaan. Tegelijkertijd moest de nieuwe wet zelfstandigen ook meer zekerheid bieden, door het gat tussen loondienst en zzp-werk te verkleinen.

Los van de vraag of de nieuwe wet zijn doelstellingen wel of niet heeft weten te behalen – hier bestaat veel discussie over – is één ding echter duidelijk: vijf jaar na dato is er nog steeds geen sprake van een breed gedragen kader en gecontroleerde handhaving.

Ondertussen blijft de politiek het onderwerp voor zich uitschuiven. Tot woede van zzp-belangenbehartigers. Zo zei het Platform Zelfstandig Ondernemers (PZO) in een reactie op de recente kamerbrief van demissionair minister Wouter Koolmees naar de Tweede Kamer: “Zelfstandigen hebben ruim vier jaar aangedrongen op duidelijke en vernieuwende regelgeving en zijn niets verder gekomen. Belangrijke besluiten op het dossier Wet DBA worden overgelaten aan een nieuw kabinet. En dat kan nog wel even duren.”

Ook is er veel te doen rondom het zwabberende beleid. Zo is er veel gesleuteld aan modelovereenkomsten, werd het plan om een minimumtarief in te voeren door het kabinet later geschrapt, bestaat er veel kritiek op de webmodule voor bedrijven (momenteel in de pilotfase), en leeft er nog meer kritiek.

Krediet verspeeld

Voor veel hoogopgeleide zzp’ers heeft de politiek met deze gang van zaken zijn krediet verspeeld. In een survey van HeadFirst Group, gehouden onder ruim tweehonderd zelfstandig professionals, komt naar voren dat ze de vertrouwensrelatie met de landelijke politiek een score geven van 4,6 op een schaal van één tot tien.

Dit lage vertrouwen is niet enkel het gevolg van de puinhoop rondom de Wet DBA, zegt Han Kolff, CEO bij HeadFirst Group. Zo twijfelen zzp’ers over de deskundigheid van de beleidsmakers en of ze wel in staat zijn vraagstukken op de arbeidsmarkt op te lossen.

Niet gehoord

Het gevoel “niet gehoord te worden” is een ander belangrijk kritiekpunt van zp’ers. Volgens de enquête ervaren zij dat er voornamelijk wordt geluisterd naar de traditionele polderpartijen, zoals vakbonden en werkgeversorganisaties. Daarnaast storen zp’ers zich aan het feit dat alle typen zzp’ers over één kam worden geschoren en er in politiek Den Haag een negatief beeld hangt rondom zp’ers.

Kolff zegt dat er volop werk aan de winkel is, en draagt ook zelf een oplossing voor: “Geef zp’ers een zelfstandige plek in de SER en ga laagdrempelig in gesprek met alle type zzp’ers die Nederland rijk is.”

Ook buiten de zzp-doelgroep ligt de politiek onder vuur. Eerder onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau toonde aan dat het vertrouwen in de politiek in het eerste halfjaar van 2021 op een historisch dieptepunt staat. De vastgelopen formatie, de aanpak van het coronabeleid en de politieke nasleep van de toeslagenaffaire zijn hierbij de meeste genoemde oorzaken.

Klik hier voor de link naar het originele artikel.

De stand van zaken in de zakelijke dienstverlening (in 5 grafieken)

Softwarebedrijf Exact heeft de nieuwste editie van zijn zogeheten MKB Business Barometer uitgebracht, een terugkerend onderzoek naar de belangrijkste trends en ontwikkelingen die spelen binnen het midden- en kleinbedrijf. Een greep uit de kernbevindingen voor de sector zakelijke dienstverlening.

De omzet van zakelijke dienstverleners

Het coronajaar 2020 was een zware periode voor veel zakelijke dienstverleners met discretionaire dienstverlening, waaronder consultants. Accountants en belastingadviseurs daarentegen leveren diensten die wat stabieler van aard zijn, omdat bedrijven nu eenmaal hun belastingverplichtingen moeten nakomen en hun financiële jaarverslagen van een onafhankelijke audit dienen te voorzien.

Over de hele linie bekeken had maar liefst 40% van de dienstverleners in 2020 te maken met een krimp in omzet, terwijl het aandeel groeiers bleef steken op 22%. Het aantal bedrijven dat het jaar afsloot met verlies bleef beperkt tot 24%, vooral vanwege de steunmaatregelen die door de overheid werden opgetuigd.

Voor 2021 zijn de verwachtingen echter een stuk positiever, zo blijkt uit recent onderzoek.

 

Uitdagingen binnen de branche

Een derde van de zakelijke dienstverleners geeft aan dat de acquisitie van nieuwe klanten hun grootste uitdaging vormt. Op plek twee staat de werving van nieuw personeel, een thema dat almaar belangrijker is geworden door de aantrekkende economie (maar ook steeds lastiger wordt door het groeiende tekort aan personeel).

Hoe projecten worden opgeleverd

Volgens de survey van Exact, die is gehouden onder leiders werkzaam bij 80+ zakelijke dienstverleners in het mkb-segment (denk aan accountantskantoren, consultancybureaus, ingenieursbureaus en IT-adviesbureaus), lukt het in circa driekwart van de gevallen om projecten op tijd, binnen budget en tegen de gewenste kwaliteit op te leveren.

Het aandeel van projecten dat niet volgens afspraken worden opgeleverd vertegenwoordigt echter een grote kostenpost voor opdrachtgevers en de sector zelf. Inhurende klanten krijgen de rekening gepresenteerd voor budgetoverschrijdingen, een latere oplevering of het moeten werken met oplossingen van mindere kwaliteit.

En omdat niet alle klanten bereid zijn om te betalen voor ‘mislukte projecten’ lopen zakelijke dienstverleners geld mis. Volgens de respondenten is aan het einde van de rit 12% van alle fees die gebudgetteerd worden niet factureerbaar – kortom de schadepost (bekend als ‘gederfde omzet’) loopt op tot in de miljarden (de consultancymarkt alleen al heeft een marktwaarde van €2 miljard).

De impact van corona op de bedrijfsvoering

Naast de druk op de omzet en winst, zorgt de Covid-19-pandemie ook voor grote veranderingen in de manier waarop er gewerkt wordt. Zakelijke dienstverleners zijn over het algemeen al langer bekend met digitaal en remote werken, waardoor voor deze groep de transitie soepeler is verlopen dan het geval was in andere sectoren.

Bij een groep van digitale koplopers binnen de branche leverde de transitie naar digitaal en thuiswerken “geen enkel probleem” op volgens de Exact-survey. De meeste bedrijven geven echter aan dat ze veranderingen hebben moeten doorvoeren in hun processen en systemen om de transitie te faciliteren. Te denken valt aan het verbeteren van digitale processen of (versneld) de overstap maken naar de cloud.

Net als in andere sectoren staat het investeren in betere thuiswerkmogelijkheden hoog op de agenda voor de komende maanden.

Het belang van digitalisering

Niet verrassend zien de respondenten digitalisering als een van de belangrijkste trends voor de komende jaren. Maar liefst 70% van de ondervraagde zakelijke dienstverleners verwacht dat technologische veranderingen een sterke impact zal hebben op het concurrentielandschap voor de komende jaren.

Dit heeft een effect op verschillende facetten. Om te beginnen digitaliseren klanten hun processen, met als gevolg dat zij ook steeds vaker zelf een digitale ervaring verlangen en verwachten. Ook speelt er een intern aspect: door het digitaliseren van hun eigen bedrijfsvoering (denk aan tools ter ondersteuning van business development, voor een betere project delivery of voor het automatiseren van bijvoorbeeld de facturatie) kunnen zakelijke dienstverlener een concurrentievoordeel realiseren.

Tot slot is er de impact op verdienmodellen. Zo komen steeds meer digital-first concurrenten op de markt die een stukje van de markt inpikken. Denk aan marktplaatsen of digitale netwerkbedrijven. Dit biedt anderzijds natuurlijk ook kansen. Zo kunnen digitale proposities zoals ‘as a service’ of een abonnementsmodel (bijvoorbeeld een maandelijkse fee voor een oplossing) ook bijdragen aan omzetgroei en onderscheidend vermogen.

Digitalisering is niet eenvoudig, erkennen de respondenten. Zo geven ze aan dat het vooral moeilijk is om processen te veranderen en om klanten mee te krijgen. Ook maken ze zich zorgen over privacy en beveiliging. Bovendien kampen sommige spelers met een verouderde IT-infrastructuur, waardoor ze niet snel en effectief kunnen inspelen op toekomstbestendige veranderingen.

Klik hier voor de link naar het originele artikel

Je ziet het pas als je het door hebt!

Je ziet het pas als je het door hebt!

Hé Pierre, leuk artikel vorige week. Maar serieus, wat is er nu zo vernieuwend? Als je je werk bij elkaar opslaat zodat je het terug kunt vinden, dan heb je toch een tweede brein op je harde schijf… Toch? David, dertiger en ICT’er, keek me aan met een blik van wat doe je nou in godsnaam moeilijk en dat met een lach erbij van “Got You!”.

Het duurde even voordat het bij me doordrong dat met het laatste “Toch?” een vraag gesteld was en dat er een bevestiging verwacht werd. Een déjà vu gevoel bekroop me en ik dacht al vrij snel “Je ziet het pas als je het door hebt”. Dé uitspraak van Johan Cruijff die alles in zich droeg: Het wordt moeilijk te begrijpen door de eenvoud.

“Nou nee, niet echt David” was dan ook mijn eerste reactie gevolgd door “Laten we even gaan zitten en koffie drinken, het is vandaag tenslotte 1 oktober wereld koffiedag. Laat me je uitleggen wat er zo vernieuwend is. Maar laten we het eerst hebben over kennis en informatie.”

Kennis en informatie

Een groot probleem is vaak dat mensen zoals David informatie beschouwen als datgene waar alles om draait. We leven tenslotte in een informatiemaatschappij en in een informatie economie. Alle andere zaken of aspecten zijn bij David ondergeschikt aan informatie en data. Bij Conciglio vertrekken we met kennis en communicatie als de belangrijkste begrippen. In onze communicatie dragen we informatie over. We verrijken onze kennis door het verwerken van nieuwe informatie. (Sta hier maar eens even bij stil)

Als we wikipedia er op naslaan dan verstaan we onder kennis dat wat geweten wordt, opgeslagen is in ons geheugen en waar een individu inzicht in heeft. Kennis is dus iets individueels, het is dan ook geen informatie. Onder informatie verstaan we alles wat kennis toevoegt en zo onwetendheid, onzekerheid of onbepaaldheid vermindert. Kenmerkend aan informatie is dat het interpreteerbaar is. Door interpretatie en integratie in je bestaande kennis wordt het persoonlijk. Je kennis neemt toe als je tenminste niet te veel vergeet.

We praten vaak over kennisoverdracht en ook dat is niet echt hetzelfde als informatieoverdracht. Het zorgt voor verwarring. Kennisoverdracht is informatieoverdracht met “iets”. Dat iets kan dan onderricht, richtlijnen of advies zijn. Dan nog is het geen kennis. De informatie wordt pas kennis als jij de informatie verwerkt hebt. Informatie sla je op in de cloud of op je harde schijf, je nieuwe kennis sla je op in je geheugen en sinds kort in je tweede brein.

Het verhaal van Niklas Luhmann

In het artikel van vorige week refereerde ik al naar de zettelkasten van Niklas Luhmann. Niklas was een begenadigd lezer en ontwikkelde zijn systeem om alles beter te onthouden en opgedane kennis te gebruiken al in het begin van de zestiger jaren. In die zin is de basis voor het tweede brein en ook voor PKM (Persoonlijk Kennis Management) zeker niet vernieuwend. Wél vernieuwend is dat we pas sinds kort anders met de oorspronkelijke zettelkastenmethode kunnen omgaan. Daarmee is er een begin gezet voor de ontwikkeling van een vernieuwde methodiek om kennis nog sneller te kunnen verrijken. Om kennis als kennis te kunnen gebruiken kunnen we het niet zonder meer als informatie opslaan in de cloud. Hiermee beste David heb je al een deel van je antwoord. 

Conciglio PKM

Het is voor ICT’ers en andere kenniswerkers belangrijk om te realiseren dat hard- en software alleen vrij nutteloos is voor kennisontwikkeling en het beheer van je kennis. Een gepaste methodiek of een werkwijze is nodig om er consequent en optimaal mee om te gaan. Met de huidige software en met de zettelkasten als basismethode biedt Conciglio PKM methoden voor de opzet, de ontwikkeling, het gebruik en het beheer van jouw tweede brein. Het geeft oplossing voor hoe je je informatie opwerkt  tot kennis en opslaat zodat het ook als kennis ingezet en gebruikt kan worden. Informatie sla je op in de cloud of op je harde schijf in allerlei bestandsformaten, kennis sla je op in MD formaat met voor jou relevante tags (context) en gekoppeld aan jouw eerdere kennisbestanden (content). De grootte en de content van een kennisbestand is klein en specifiek. Het verschilt wezenlijk van informatie die in grote en samengestelde bestanden in verschillende bestandsformaten wordt opgeslagen. Dit is het tweede gedeelte van het antwoord beste David. Nog een koffie?

Graag! “Tell me more” …….

Je tweede brein

Om met je kennis te kunnen werken moet je snel op een zinvolle manier van gedachte naar gedachte kunnen gaan om nieuwe inzichten te ontwikkelen. Je moet associaties kunnen maken, goede invallen krijgen. Soms op basis van redeneren, soms op basis van serendipiteit. Een goed tweede brein helpt je hier enorm. Een goed ontwikkeld tweede brein is dan ook onbetaalbaar.

Je kunt er weliswaar vandaag al ad hoc mee beginnen maar het is van het grootste belang dat je vanaf het begin alles goed opbouwt. Geen terabytes aan info gaan wegschrijven maar jouw eigen weldoordachte kennisbestandjes ontwikkelen. Kennisbestandjes die onderling verbonden zijn zoals de neuronen in de neuronale netwerken in je hoofd. Je hebt er dan al heel snel, heel veel profijt van.

Het is allemaal niet zo moeilijk, de software is gratis, het kost ook niet veel tijd, maar het vereist wel methodisch werken en de ontwikkeling van een aantal goede gewoontes. (Ik dacht laat ik voorzichtig zijn want David was al iets eerder te kort door de bocht) Je houdt gedurende de dag continue losse notities bij van ideeën of van wat er van belang is. Als je artikelen of boeken leest doe je dat ook. Je werkt dagelijks deze notities op tot kennisbestandjes, wat grotere referentiebestanden en je slaat ze op in je tweede brein. Je hoeft niet eens echt na te denken waar. Nadenken doe je in de toekomst vooral samen met je tweede brein. Luhmann beschouwde zijn zettelkasten als zijn persoonlijke intellectuele gesprekspartner. Zo kun je het zien.

We hebben al met al nog lang zitten praten over een veelheid van leuke onderwerpen. Het weekend in aantocht en afgesloten met een biertje. We zien elkaar op 6 november opnieuw.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing

Hoe kon de wereld worden overweldigd door een ziekte zonder symptomen??

De afgelopen maanden heb ik veel gelezen over de sociale, maatschappelijke, virologische, immunologische en geneeskundige aspecten van het SARS-CoV-2 virus en de ziekte COVID-19, die het, zij het in een kleine minderheid, veroorzaakt.

“Er zijn twee manieren waarop mensen worden gestuurd: maak ze allereerst bang en demoraliseer ze vervolgens. Een goed opgeleid, gezond en zelfverzekerd volk is moeilijker te besturen.”

Biologen vertellen elkaar verhalen. Deze verhalen kunnen veel acroniemen bevatten en vreemde en prachtige werkwoorden en zelfstandige naam-woorden gebruiken, maar, in tegenstelling tot bijvoorbeeld wiskunde, is het mechanisme waarmee biologen hun wetenschap overbrengen, voornamelijk via hun taalgebruik. In tegenstelling tot werken van creatief schrijven, moet de taal die door biologen wordt gebruikt echter exact zijn, omdat slechte verwoording kan leiden tot slechte wetenschap. Dat is de reden waarom het me zo verontrustte toen ik de volgende verklaring voor het eerst las:

“Een derde van de mensen met COVID-19 heeft geen symptomen.”

De meer technisch correcte verklaring (ervan uitgaande dat “een derde” juist is) is:

“Een derde van de mensen die besmet zijn met (correcterpositief testen op) het SARS-CoV-2-coronavirus, heeft geen symptomen.”

Dus waarom deed de eerste uitspraak mijn biologische nekharen zo sterk overeind staan, terwijl beide uitspraken op het eerste gezicht in wezen erg op elkaar lijken? Eenvoudigweg omdat ze vanuit een biologisch perspectief fundamenteel verschillend zijn. De eerste bewering veronderstelt het bestaan ​​van een ziekte zonder symptomen, d.w.z. een ziekte die niet te onderscheiden is van gezond zijn, terwijl de tweede bewering stelt dat een virale infectie niet noodzakelijk tot een ziekte leidt. Het is geen kwestie van semantiek, maar exactheid: het door elkaar halen van deze twee concepten is zo fundamenteel, dat, wanneer ik het in een artikel had ingediend bij een van mijn professoren, het een ‘dikke onvoldoende’ zou hebben opgeleverd. Toch is dit precies de onnauwkeurige taal die tijdens de COVID-19-pandemie is gebruikt en niet door studenten die hun vakgebied nog onderzoeken, maar door ervaren seniorwetenschappers die, naar men mag aannemen, goed op de hoogte zijn van wat ze zeggen.

Je zou kunnen stellen dat dit onbelangrijk is, want het idee dat iemand het coronavirus in zich heeft en over kan brengen, zonder het te beseffen, moet met name duidelijk worden overgebracht en de eerste verklaring is een eenvoudige manier om dit aan niet-ingewijden te doen.

Deze veronderstelling behandelt echter niet alleen het publiek alsof het kinderen zijn, die de nuances van infectie en ziekte niet kunnen begrijpen, maar ik wil duidelijk maken dat de tweede verklaring net zo gemakkelijk te begrijpen is als de eerste. Nee, de reden om een ​​ziekte zonder symptomen te creëren is gebaseerd op een diepgaande beslissing, een beslissing die naar mijn mening is genomen met de initiële bedoeling om naleving te bewerkstelligen, maar die sinds het begin onze hele reactie op COVID-19 is gaan domineren.

Laten we als eerste eens bezien waarom het een gebrekkig concept is om ​​ziekte te definiëren, als puur gebaseerd op de aanwezigheid van een ziekteverwekker. Dit wordt het best geïllustreerd door te verwijzen naar een ander virus, het Epstein-Barr Virus (EBV). Het wordt u vergeven als u nog nooit van dit virus hebt gehoord, maar in wezen is dit virus een van de meest succesvolle ziekteverwekkers bij mensen, omdat bijna iedereen ermee besmet is. De meeste mensen worden er vroeg in hun leven mee geïnfecteerd en zodra dit gebeurt, vestigt EBV zich in uw B-lymfocyten (de witte bloedcellen in uw immuunsysteem die verantwoordelijk zijn voor het maken van antilichamen) waar het uw hele leven rustig blijft bestaan. Zo nu en dan wordt het virus actief en maakt kopieën van zichzelf die in de mond terechtkomen, een proces waarvan u zich geheel onbewust bent terwijl het bezig is. Problemen met EBV treden over het algemeen op als u niet vroeg in uw leven geïnfecteerd raakt, maar een infectie weet te vermijden totdat u veel ouder bent. Als u dan besmet raakt met EBV, kunt u een ziekte krijgen die Mononucleosis Infectiosa wordt genoemd, of in lekentaal, de ziekte van Pfeiffer. Dit gebeurt met name bij jonge volwassenen zodra ze geïnteresseerd raken in nauw lichamelijk contact met leden van het andere (of hetzelfde) geslacht… daarom wordt de ziekte van Pfeiffer soms “de kusziekte” genoemd.

Laten we nu de nieuwe asymptomatische COVID-19-orthodoxie toepassen op EBV (Epstein-Barr Virus), waarbij we het hebben van een ziekte definiëren, puur door de aanwezigheid van een viraal genoom. Volgens deze definitie lijdt dan bijna iedereen in het Verenigd Koninkrijk (en de wereld) aan een nieuwe ziekte: de asymptomatische ziekte van Pfeiffer. Wanneer we dan een massale screeningscampagne zouden starten, zouden we miljoenen ‘gevallen’ van asymptomatische ziekte van Pfeiffer ontdekken, alleen al in Engeland!

Dit is natuurlijk complete onzin. We ‘lijden’ niet allemaal aan een asymptomatische ziekte van Pfeiffer. Deze ziekte vereist een besmetting door het Epstein-Barr virus, maar een besmetting met dit virus leidt niet noodzakelijk tot de ziekte van Pfeiffer. Hetzelfde geldt voor COVID-19 en SARS-CoV-2 en daarom is het concept van asymptomatische COVID-19 als een ziekte net zo belachelijk als dat van de asymptomatische ziekte van Pfeiffer.

Maar zoals het geval is met EBV, betekent besmetting met SARS-CoV-2 wél, dat je het nog steeds kunt doorgeven, zelfs als je niet ziek bent. Dit is echter een kwestie van gradatie. De reden dat mensen gezonde dragers kunnen zijn, is simpelweg omdat ze minder virale replicatie met daardoor een lagere virale belasting hebben en daarom zijn ze niet ziek. Als de lagere niveaus van SARS-CoV-2 bij een asymptomatisch persoon voldoende zouden zijn om te betekenen dat zo’n persoon net zo besmettelijk was als iemand mét symptomen, dan is vanuit een infectiviteitsperspectief het onderscheid tussen asymptomatische dragers en mensen met COVID-19 natuurlijk niet belangrijk. Onze verklaring zou daarom moeten luiden:

“Een derde van de mensen, besmet met het SARS-CoV-2-coronavirus, heeft geen symptomen maar is net zo besmettelijk als die mét COVID-19.”

Deze situatie zou echter betekenen dat het R-getal voor SARS-CoV-2 waarschijnlijk veel groter zou zijn dan het is en dat zowel de coronavirus-besmetting als de ziekte COVID-19 in het begin van vorig jaar als één enorme vloedgolf over de bevolking zouden zijn gestort. Dit was niet het geval en het bewijs is overduidelijk dat gezonde, asymptomatische dragers (en presymptomatische patiënten) veel minder besmettelijk zijn dan mensen met symptomen en de ziekte (zie Will Jones’ samenvatting van COVID-19-feiten voor verwijzingen naar ondersteunend bewijs).

Aangezien dit allemaal, voor eenieder die ooit in de buurt van een biologiehandboek is geweest, zo overduidelijk is, kan er maar één redelijke conclusie worden getrokken over het ontstaan ​​van ‘de asymptomatische ziekte’, namelijk dat het niet door een bioloog is gepubliceerd, maar door individuen wier doel het niet is om accurate informatie aan het publiek over te brengen, maar iets anders: angst en onzekerheid. (Waarschijnlijk op de ‘Scientific Pandemic Insights Group on Behaviors (SPI-B)’ van de Britse overheid)

Het effect van de asymptomatische ziekte is, dat de scheidslijn tussen gezond zijn en ziek zijn vervaagd, waardoor mensen, bewust of onbewust, een deel van hun inzichten over symptomatische COVID-19 zullen overdragen en toepassen op asymptomatisch COVID-19. Dat wil zeggen, dat de afwezigheid van symptomen op de een of andere manier niet relevant lijkt en dat je, hoewel je je goed voelt, eigenlijk lijdt aan een dodelijke ziekte. Dit creëert natuurlijk angst, angst voor jezelf (…stel dat ik het heb?) en angst voor alle anderen (…ze zien er goed uit, maar stel dat ze het hebben?). Deze angst is heel handig als u het gedrag van mensen wilt beheersen en naleving van beleid, ontworpen om de verspreiding van COVID-19 te beperken, wilt stimuleren. Het probleem is echter, dat het asymptomatische monster dat is gecreëerd als een mechanisme om naleving te garanderen, al snel alles begint te beheersen, omdat u deze ziekte zonder symptomen nu onder controle moet houden.

Het eerste dat een asymptomatische ziekte nodig heeft, is een manier om te identificeren wie eraan lijdt. Asymptomatische personen hebben per definitie geen verschijnselen en om te bepalen wie ziek is, hebben we dus een test nodig. We hebben niet alleen één test nodig, maar, omdat iedereen die gezond is stilletjes aan deze ziekte kan lijden zullen we véél tests nodig hebben. En omdat gezonde mensen ziek kunnen worden zonder enige verandering in hoe ze zich voelen of eruit zien, moet het testen eindeloos doorgaan. Omdat de ziekte alleen wordt gedefinieerd door de aanwezigheid van het virus, worden positieve screeningresultaten (echte of valse positieven) natuurlijk ‘besmettingen’, wat de aanhoudende aanwezigheid van de asymptomatische ziekte bevestigt. Testen leidt zo tot meer testen.

De hele reeks niet-farmaceutische interventies – inclusief lockdowns – zou kunnen worden gezien als logische stappen in de bestrijding van de ​​asymptomatische ziekte. Als zieke mensen geen symptomen hebben, moeten we in het dagelijks leven strategieën gebruiken om hen te beheersen. In feite moeten we de hele bevolking behandelen alsof ze ziek is en met dit in het achterhoofd maatregelen nemen voor de hele samenleving. Dit leidt in feite tot ‘omgekeerde quarantaine’ waarbij we de gezonden opsluiten om te proberen de weinige echt zieke mensen te beschermen.

Evenzo wordt invoering van vaccinpaspoorten gedreven door de noodzaak om asymptomatische ziekte te beheersen, omdat we er alleen zeker van kunnen zijn dat uw gebrek aan symptomen geen reden tot bezorgdheid is, door te bewijzen dat u een medische interventie heeft ondergaan. Maar, immuun zijn weerhoudt een persoon er niet van om besmet te raken met SARS-CoV-2, het betekent alleen dat hun immuunsysteem deze infectie sneller en effectiever herkent en afhandelt, met als gevolg dat ze mogelijk nooit symptomen zullen ontwikkelen. Met andere woorden, vaccinatie biedt geen bescherming tegen asymptomatische COVID-19 en een voldoende gevoelige test zal asymptomatische ‘besmettingen’ onder de populatie die immuun is blijven detecteren. Voorstanders van vaccinpaspoorten erkennen dit volmondig en stellen (terecht) dat als immune personen besmet zijn met het coronavirus, ze een lagere virale last zullen dragen en dus minder besmettelijk zijn.  Vervolgens demoniseren ze echter niet-gevaccineerde, niet eerder behandelde, gezonde individuen omdat ze asymptomatische dragers zouden kunnen zijn. In werkelijkheid zijn gezonde mensen gezond en zelfs als ze drager zijn, is het onwaarschijnlijk dat ze andere mensen besmetten in normale sociale situaties, ongeacht de vaccinatiestatus. Als u het idee ondersteunt dat asymptomatische COVID-19 ‘lijders’ een belangrijke bron van infectie zijn, zou men zelfs kunnen stellen dat we vaccinatiecertificaten nodig hebben om de niet-gevaccineerde tegen de gevaccineerde te beschermen!

Ten slotte is er de hele kwestie van mutaties. Het is duidelijk dat een nieuwe, virulentere, dodelijkere stam van het coronavirus, die de huidige immuniteit ontwijkt, zeer zorgwekkend is, omdat het in wezen de klok terug zou zetten naar het begin van de pandemie: in feite is het een nieuwe ziekte. Maar omdat we het onderscheid tussen infectie en ziekte hebben vervaagd en onze focus ligt op de aanwezigheid (en volgorde) van virale genomen, wordt elke nieuwe variant nu behandeld alsof het daadwerkelijk een nieuwe ziekte is. Dit drijft op zijn beurt de noodzaak om te blijven testen (steeds meer nieuwe varianten op te pikken) en ‘de verspreiding van besmettingen’ te beheersen, ongeacht de ernst van de ziekte die ze veroorzaken of de eerdere immuniteit binnen de bevolking.

Nogmaals, testen leidt tot meer testen in een eindeloze cyclus die nooit zal stoppen, tenzij wij besluiten om ermee te stoppen.

Wat dit allemaal in de praktijk betekent, is dat het beheersen van asymptomatisch COVID-19 de focus is geworden van het coronabeleid van de regering, maar als we teruggaan naar de oorspronkelijke (foute) verklaring over asymptomatisch COVID-19 en deze omwisselen, krijgen we:

“Tweederde van de mensen met COVID-19 heeft symptomen.”

Dit zou natuurlijk moeten zijn: “Drie derde (alle!) van de mensen met COVID-19 heeft symptomen”, maar het punt dat ik wil maken is, dat in het volle zicht verborgen, het een feit is dat de meeste mensen die besmet zijn met SARS-CoV-2 in verschillende mate ziek worden.

We weten ook dat mensen mét symptomen verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de verdere overdracht van de infectie (zie opnieuw de samenvatting van Will Jones voor bewijs). Dus als we een effectief beleid zouden creëren om COVID-19 te beheersen, zouden we onze inspanningen richten op de zieken, omdat we daar het meeste waar voor ons geld krijgen.

Wat zou dit in de praktijk betekenen?

Ten eerste zouden we alleen diagnostische testcapaciteit nodig hebben voor de minderheid van de bevolking, die mét symptomen, in plaats van op industriële schaal te testen om asymptomatische COVID-19 aan te pakken. Ten tweede zouden beperkingen alleen moeten worden gericht op zieke mensen en dit zou ook veel gemakkelijker zijn. Niet alleen omdat deze personen gemakkelijker te vinden zijn, maar omdat zieke mensen zich ook gedragen alsof ze, nou ja, ziek zijn en als zodanig niet veel aanmoediging nodig hebben om te voorkomen dat anderen ziek worden. (“Kom niet te dichtbij, het gaat niet zo goed met me.”) Ze zouden waarschijnlijk ook niet willen gaan werken, of de sportschool, de kroeg, of oma bezoeken. Deze beperkingen zouden in tijd beperkt zijn, aangezien ze alleen van toepassing zijn op iemand wanneer die ziek is. We zouden de miljarden euro’s die bespaard zouden worden, kunnen aanwenden om de economie niet te vernietigen, door vergeefse pogingen om de hele gezonde bevolking in quarantaine te plaatsen, ter ondersteuning van deze individuen totdat ze genezen waren. We zouden kunnen investeren in extra capaciteit in de gezondheidszorg, om een ​​toename van ziekenhuisopnames te managen en middelen te richten op verbeterde behandelingen, in plaats van op het testen en beheersen van gezonde mensen. De noodzaak van vaccinatiecertificering wordt irrelevant, omdat gezonde mensen als gezonde mensen worden behandeld en nieuwe varianten pas zorgwekkend worden als ze individuen zieker maken. In wezen zouden we kunnen stoppen met het behandelen van COVID-19 als een speciaal geval met alle bijkomende schade die dit veroorzaakt aan niet-COVID-19-gerelateerde gezondheid en het kunnen behandelen zoals we zouden doen met elke andere potentieel ernstige infectie. Niets van dit alles is verrassend, want het is gebaseerd op eeuwenlang verzamelde wijsheid over het beheersen van infectieziekten. Helaas heeft de creatie van en focus op asymptomatische ziekte onze aandacht afgeleid van echte ziekte en hebben we enorme hoeveelheden tijd, moeite en geld verspild.

De mededeling krijgen, dat men een ernstige ziekte heeft, kan verwoestend nieuws zijn, niet alleen voor de persoon in kwestie, maar ook voor de mensen om hen heen. Zelfs als dit nieuws wordt ingekleed in termen als ‘positieve behandelresultaten’, is het bijna onmogelijk om niet bang te zijn en honderden ‘wat als’-scenario’s door je hoofd te laten gaan. Ongeacht hoe je je vandaag voelt, zorgen zijn allemaal gebaseerd op verwachtingen en hoe je je morgen zult voelen. Normaal gesproken zouden clinici een zorgplicht jegens hun patiënten moeten tonen en tijd besteden aan het bespreken van een diagnose inclusief het ondersteunen van hun patiënten om dit nieuws te verwerken. Voor COVID-19 echter, ontvangen mensen de resultaten van hun diagnose zonder enige ondersteuning. Erger nog, via ‘contact monitoring’ kunnen ze dit nieuws zelfs geheel ongevraagd ontvangen; stel je voor dat een volslagen vreemde je zou bellen om je te vertellen dat je misschien kanker hebt? Dan, in plaats van steun en troost te bieden, wordt geëist dat mensen zichzelf afsluiten voor anderen (zelfisolatie); je bent ziek, maar in je eentje. Dit alles heeft gevolgen, vooral voor degenen die het concept van asymptomatisch COVID-19 hebben aanvaard en het is dan ook niet verwonderlijk dat sommige mensen zich moeten vastklampen aan het dragen van maskers, sociale afstand en lockdowns. Uiteindelijk blijkt dat – ironisch genoeg – asymptomatisch COVID-19 misschien toch niet asymptomatisch is, omdat voor een aantal kwetsbare mensen het bestaan ​​van deze asymptomatische ziekte het potentieel heeft om hen ziek te maken – ziek van angst, zorgen en spanningen.

De auteur, die anoniem wenst te blijven, is senior-onderzoeker bij een farmaceutisch bedrijf.

BRON

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing

Analoge dementie of digitale filosofie?

Denken is zonder enige twijfel de belangrijkste activiteit van een kenniswerker. Denken is op zich niet zo heel erg bijzonder. We doen het tenslotte allemaal. De een iets meer en beter dan een ander. Maar toch, voor een kenniswerker is het maar beter een kunstje wat hij of zij goed beheerst. Hoe kun je nou sneller en beter denken? Wat wil je zijn? Een digitaal filosoof of een slachtoffer van analoge dementie, een digibeet 2.0!

We gaan er van uit dat we denken met onze hersenen. We weten er eigenlijk niet zo gek veel van maar realiseren ons wel dat het een heel bijzonder orgaan is. Het is nodig om de prikkels die onze zintuigen raken om te zetten in waarnemingen en die ook nog eens betekenis te geven. Het is de controlekamer, het meet- en regelsysteem, van ons lichaam en zorgt ervoor dat ons hart blijft kloppen zonder dat we er over moeten nadenken. Maar het laatste is toch wel het meest bijzonder. We denken, tenminste als we wakker zijn.

Gedachten

Als we denken produceren we gedachten. Het is een doorlopend gebeuren en we zijn er ons op het ene moment heel erg bewust van en op andere momenten wat minder of helemaal niet. Echt gedachteloos zijn we nooit maar er wordt wel eens gesteld dat we er met onze gedachten niet bij zijn. Dat betekent dan dat we aan iets anders denken dan van wat er verwacht wordt. Je denkt aan strand en palmbomen in die zoveelste saaie projectvergadering op kantoor. Herken je dat? Je bent aan het dagdromen. De intensiteit van de verschillende opeenvolgende gedachten komt en gaat in vlagen.
Soms schrijven we onze gedachten op. Als we iets niet willen vergeten, als we onze gedachten proberen te structureren of gewoon als het resultaat van ons werk dat we verder delen met anderen. Losse notities en kattenbelletjes gooien we meestal weg, soms houden we bepaalde gebeurtenissen en gedachten bij in een dagboek of in een journaal en het resultaat van ons werk eindigt vaak in een dossier en later in een archief.

Conciglio

Met betrekking tot ons werk maken we in Conciglio een onderscheid in ons denken. Heel erg bewust met een duidelijk vast omlijnd doel of resultaat voor ogen zoals het geval is als we een bepaalde taak uitvoeren. Of alternatief en ook heel erg bewust binnen een bepaald context maar zonder dat het doel vooraf al vaststaat. Het laatste – ook wel nadenken, bespiegelen of filosoferen – leidt tot een mening over iets of resulteert in een inzicht of kennis over een bepaald onderwerp. Het eerste is gerelateerd aan het beheer van je taken en activiteiten, het tweede aan het beheer van je gedachten en persoonlijke kennis.
Over individueel taakbeheer en over effectieve of efficiënte samenwerking heb ik in het verleden regelmatig geschreven. Over het beheer van kennis en informatie echter aanzienlijk minder. Het gaat dan meestal alleen over de opslag en het terugvinden van werk gerelateerde informatie op de harde schijf van je computer of in de cloud. Het gaat nagenoeg nooit over de inzet en ontwikkeling van gedachten en kennis. Hoe fijn zou het niet zijn als je kon beschikken over een tweede brein die je helpt om sneller en beter te denken en zorgt dat je maar weinig vergeet van wat je ooit hebt geleerd. Toekomstmuziek? Nee hoor, verre van dat! Conciglio PKM (Persoonlijk Kennis Management) is een wezenlijk onderdeel van de methodiek.

Zettelkasten

De Duitse socioloog Niklas Luhmann ontwikkelde in de zestiger jaren een systeem waarmee hij zijn kennis over wat hij gelezen en geleerd had opsloeg op een zodanige manier dat hij het ook snel kon terugvinden. Hij sloeg zijn notities en aantekeningen op in een zogenaamde zettelkasten en gebruikte het om nieuwe ideeën en inzichten te ontwikkelen. De basis van dat systeem wordt tegenwoordig digitaal met meer handige functionaliteiten gebruikt voor persoonlijke kennisbeheer. Luhmann beschouwde zijn zettelkasten als een onafhankelijke intellectuele partner met wie hij in overleg was. Wij noemen het tegenwoordig je tweede brein. Nee, het is op zich geen kunstmatige intelligentie.

Je hoofd leegmaken

Net zoals Conciglio werkbeheer het mogelijk maakt om je hoofd leeg te maken en toch overzicht te houden werkt het bij het Conciglio kennisbeheer ook zo. Je slaat je gedachten op in verschillende soorten notities. Net zoals je in je brein allerlei associaties kunt maken, kun je in je tweede brein deze verschillende notities verbinden met andere notities en context geven. Dat doe je, nee het is geen hogere wiskunde, door middel van links en tags! De manier hoe dat je nieuwe ideeën en inzichten kunt genereren is eenvoudig aan te leren en hedendaagse software maakt het mogelijk om dit alles goed te beheren. Een leeg hoofd met betrekking tot je werk en je ideeën of gedachten geeft je rust. Rust omdat je niet bang hoeft te zijn dat je iets vergeet. Rust om te ontspannen en opnieuw fris na te kunnen denken. Nadenken om meer werk of activiteiten, zakelijk of privé, beter en sneller te doen! Om het verschil te maken en om tijd vrij te maken voor alles wat leuk is.

NB.

Leren over hoe je een tweede brein opzet en beheert? Op zaterdag 6 november organiseert B&IS voor een beperkt aantal deelnemers een training met een workshop in Dordrecht. Je kunt na de training onmiddellijk aan de slag in de workshop. Meer informatie hierover kan aangevraagd worden op info@bisnis.nu – o.v.v. Workshop mijn tweede brein.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing

De werksituatie van zelfstandig ondernemers zonder personeel Anno 2021 – ZEA Enquete

Begin 2021 is voor de vierde keer de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) uitgevoerd door TNO en het CBS, in samenwerking met het ministerie van SZW. Ruim 8.000 zelfstandig ondernemers, waarvan meer dan 6.500 ondernemers zonder personeel, vulden de vragenlijst over hun werksituatie in.

In deze publicatie geven TNO en het CBS een eerste beknopte beschrijving van de resultaten. Daarbij is gekeken naar ontwikkelingen in de tijd, maar ook naar verschillen tussen sectoren en leeftijdscategorieën.

De vragenlijst is ingevuld ten tijde van de COVID-19 pandemie, waardoor de werksituatie van zelfstandig ondernemers is beïnvloed. De doelgroep van de ZEA bestaat uit zelfstandig ondernemers. Dit zijn personen die voor eigen rekening of risico arbeid verrichten in een eigen bedrijf of praktijk en daarover winstaangifte doen voor de inkomstenbelasting bij de Belastingdienst. Zelfstandig ondernemers vormen de grootste groep zelfstandigen. Andere zelfstandigen, zoals directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s), meewerkende gezinsleden en overige zelfstandigen (personen met resultaat uit overige werkzaamheden) behoren niet tot de doelgroep van de ZEA 2021.

Hoewel de ZEA over zelfstandig ondernemers met en zonder personeel gaat, betreft deze publicatie alleen de zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers). Dit is de grootste groep onder de zelfstandig ondernemers waarvan de omvang is toegenomen van 892.000 mensen in 2015 tot ruim 1 miljoen in 2019.

Deze publicatie beschrijft de eerste globale resultaten. Aanvullende analyses op de data zullen in de toekomst plaatsvinden om meer verdieping te geven. Het methodologisch rapport van de ZEA geeft de methodologische verantwoording van het onderzoek en presenteert een overzichtstabel met resultaten van zelfstandig ondernemers.

Download hier de publicatie – LINK

Link naar originele artikel op de TNO website – LINK

Hoe gaat het met de opmars van de elektrische auto?

Wanneer zullen elektrische voertuigen een aanzienlijk deel van de automarkt hebben veroverd? Experts van Simon-Kucher & Partners gingen op onderzoek uit.

Volgens brancheorganisatie Association des Constructeurs Européens d’Automobiles (ACEA) was in de Europese Unie in 2019 circa 3% van alle nieuw verkochte auto’s een volledig elektrisch aangedreven model. Slechts één jaar later gaat het volgens ACEA om 10,5%. In ons land gaat het in 2020 zelfs om zo’n 20%, meldt PwC in een recent onderzoek.

Niettemin zal het volgens Simon-Kucher & Partners nog wel tot circa 2030 duren voordat ongeveer een kwart van het mondiale wagenpark volledig elektrisch is aangedreven. Een weinig hoopgevende conclusie met het oog op de Parijse klimaatdoelstellingen richting 2050.

Op dit moment bestaat de wereldwijde personenautovloot uit circa 1,4 miljard voertuigen. Daarvan is minder dan 1% volledig elektrisch aangedreven. In 2030 gaat het volgens Simon-Kucher dus om zo’n 25%. Dat betekent echter dat vanaf dat moment in slechts twintig jaar tijd (tot aan 2050) meer dan één miljard brandstofauto’s moeten worden vervangen. Geen eenvoudige opgave.

Temeer omdat elektrische auto’s momenteel nog best wel prijzig zijn, terwijl de tweedehandsmarkt onvoldoende aanbod kent. Maar daar komt volgens de onderzoekers van Simon-Kucher binnen afzienbare tijd verandering in. Zo zullen kleine volledig elektrisch aangedreven auto’s wereldwijd betaalbaar worden voor de meeste consumenten tussen 2023 en 2026.

En auto’s uit de zogenaamde compact klasse (iets groter dan die uit het vorige segment) zullen wereldwijd voor de meeste consumenten vanaf 2023 tot 2024 betaalbaar zijn, aldus Simon-Kucher & Partners in zijn rapport. “De transitie van de auto met brandstofmotor naar volledig elektrisch aangedreven modellen versnelt.”

De onderzoekers hebben ook bekeken of de toenemende populariteit van elektrische voertuigen de manier verandert waarop auto’s worden verkocht. Conclusie: tot op zekere hoogte. “Traditionele dealers zullen in de toekomst relevant blijven, maar de belangstelling voor nieuwe koopervaringen groeit, vooral in stedelijke omgevingen.”

Maar om welke nieuwe koopervaringen gaat het dan? Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van een laadcontract aan de verkoop van een elektrische auto. In dat geval betaalt een consument maandelijks een bedrag om op bepaalde plekken zijn auto te kunnen opladen. “Het is nu aan autobedrijven om hun productaanbod verder te ontwikkelen”, aldus Simon-Kucher & Partners.

Bron: Consultancy.nl – link

Wet die flexwerkers moest beschermen, doet hun juist de das om

Nieuwe regels om de positie van flexwerkers te verbeteren, bereiken juist het tegenovergestelde. Werkgevers hebben massaal tijdelijk- en inhuurpersoneel aan de kant gezet in de aanloop naar de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) om te voorkomen mensen in vaste dienst te moeten nemen.

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) werd begin 2020 van kracht en moest het voor werkgevers aantrekkelijker maken flexwerkers en zzp’ers in dienst te nemen.

Met de maatregel draaide het kabinet een aanzienlijk deel van de flexibilisering van de arbeidsmarkt terug. Die leidde het afgelopen decennium tot een enorme verschuiving van vast naar tijdelijk werk met veel negatieve gevolgen. Zo hebben flexwerkers minder financiële weerstand, bouwen ze zelden een goed pensioen op en zijn ze kwetsbaarder bij crises of ziekte.

Volgens analisten van ABN Amro is de WAB haar doel voorbij geschoten. Weliswaar is flexibel werk per saldo minder aantrekkelijk geworden, maar in tegenstelling tot de verwachting daalde ook het aantal vaste contracten. Daarbij is de invloed van de coronacrisis nog buiten beschouwing gelaten.

 

Vooral vrouwen getroffen

Vooruitlopend op de invoering van de WAB, die in mei 2019 door de Eerste Kamer werd aangenomen, wezen werkgevers flexers massaal de deur om te voorkomen hen contract te moeten geven. Volgens ABN Amro verloren in totaal 77 duizend van de 1,5 miljoen flexarbeiders hun werk vanwege de wet, een groot deel vóór de invoering ervan. Vooral de zwaksten op de arbeidsmarkt, laagopgeleiden en jongeren werden getroffen. Voor hen is dat extra zuur, omdat juist deze groepen moeilijker weer aan werk kwamen, zeker tijdens de coronacrisis.

Jonge vrouwen werden met name getroffen – bijna 62 duizend – omdat vooral in sectoren waar zij werkzaam waren (thuiszorg, kinderopvang, winkels) veel werk verdween. Het merendeel heeft volgens ABN ‘waarschijnlijk de arbeidsmarkt verlaten’. De 16 duizend mannen die hun flexbaan kwijtraakten, kwamen gemakkelijker weer in aan het werk. ABN ziet ‘anekdotisch bewijs’ dat dit mede te maken heeft met zwangerschapsdiscriminatie door werkgevers.

De weggestuurde flexwerkers zijn volgens ABN waarschijnlijk niet één op één vervangen door vaste contracten. Om gaten te dichten schakelden bedrijven veel meer zzp’ers in, deels dezelfde flexwerkers die eerder naar huis werden gestuurd.

 

Doel is niet bereikt

Daarmee is volgens ABN de disbalans op de arbeidsmarkt juist in stand gehouden. Veel zelfstandigen hebben namelijk te maken met dezelfde problemen als flexkrachten. “Terwijl de WAB juist is bedoeld om voor werkgevers vaste arbeidsrelaties aantrekkelijker te maken dan flexibele arbeidsrelaties,” zegt ABN-analist Kamalika Patra.

“Uit het onderzoek blijkt echter dat de opgezegde contracten niet aantoonbaar zijn vervangen door vaste contracten en veel mensen in de WW terecht zijn gekomen. Daar blijkt uit dat het doel van de WAB – meer werk en inkomenszekerheid voor werknemers en meer flexibiliteit voor werkgevers – niet is bereikt.”

Demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) vindt het te vroeg om al conclusies te trekken. “Zeker het coronajaar heeft veel vertekend. Wat we wel langjarig kunnen vaststellen is dat flexibel werk steeds meer toeneemt.” Dat is opvallend, omdat juist als het economisch goed gaat, zoals in 2019, vast werk juist zou moeten groeien, mede omdat er dan tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan.

Het kabinet heeft volgens Koolmees al stappen gezet om de verschillen in kosten voor werkgevers tussen vast en flex te verkleinen. Maar die stappen zijn minder ver gekomen dan gehoopt. “De verschuiving naar zzp blijft een zorgpunt. Het is aan een volgend kabinet om door te gaan met maatregelen om de arbeidsmarkt beter te helpen werken.”

Bron: Het Parool, klik op deze link voor het originele artikel.

‘Bram’s Oboe’ – concert

In dit diverse programma zetten we de hobo extra in het zonnetje. Hoboïst Bram Kreeftmeijer neemt ons mee op avontuur met zijn instrument, net zoals Father Gabriel dat deed in de film the Mission. Hij voert ons langs muzikale panorama’s van ‘hobohit’ Mozart naar Poulenc, vervolgt de tocht naar Johann Christian ‘London’ Bach om in een verrassende afslag te eindigen bij Ennio Morricone’s Gabriel’s Oboe.

Deze toegewijde ontdekkingsreiziger wordt op de expeditie vergezeld door 4 muzikale reisgenoten met allen een enorme staat van dienst. Een zangerig, spectaculair, virtuoos, maar ook licht, geestig en gekruid met spannende harmonieën programma. Dit menu heeft vele smaken, van duo’s tot een kwintet, met voor iedereen z’n moment om in het zonlicht te stralen.

Klik voor programma en kaarten op deze link.