beUnited blog ik liep voor SabinesMind Sabine Mensink

Ik liep voor

Ik liep voor met jaarwisselingen vieren.

Afgelopen jaarwisseling was ik alleen. In het buitenland en met een zware lockdown was ik alleen. Er is een lieve vriendin die mij vlak voor 12 uur belde via Whatsapp video belde. Drie dames in een woonkamer in Goor. Samen aftellen naar het nieuwe jaar. 2021. Zo was ik toch niet alleen. Wat een klein moment en een klein gebaar toch zo fijn kan zijn.

Rond de jaarwisseling gaan mij gedachten met mij aan de haal. En opeens kreeg ik de ingeving. Ik liep voor met jaarwisselingen vieren. In 2019 heb ik drie jaarwisselingen gevierd. En al die jaarwisselingen waren in gezelschap. De standaard jaarwisseling in Nederland als de klok van 2018 naar 2019 tikt.

Ik begin dat jaar met een reis naar China. Vlak voor het Chinese nieuwjaar vloog ik naar Vietnam. Ik had het niet bewust gepland. Maar wil je een visum langer dan 30 dagen voor China klonk het toch iets lastiger dan als ik onder de 30 dagen bleef. En ik had geen idee of ik China een prettig land zou vinden.

Begin februari kom ik aan in Ho Chi Minh city beter bekend onder zijn oude naam Saigon. En wat blijkt bij aankomst zij vieren ook het Chinese nieuwjaar. Evenals in China is het de belangrijkste feestdag. Een feestdag die je bij je ouders doorbrengt. Velen sluiten hun zaak of winkel. De enige dagen dat ze gesloten zijn in een heel jaar.
In de stad waren op meerdere plekken hele kleurige tuinen gemaakt. Ik zeg kleurig.

Wat klinkt als fleurig. Het was in mijn ogen heel erg kitsch. Neon kleuren. Suiker zoet. Van het soort het doet je bijna zeer aan de ogen. Er was een super kleine vijver met erom heen kleine riviertjes. Vol gebouwd met bruggetjes. Op verschillende plekken knal neon roze varkens. Het jaar van het varken zou beginnen. Het varken voor voorspoed in geld.

Reizen is vooral leuk door al de verschillen die er zijn over de hele wereld. In de dagen op en rond oud en nieuw is iedereen op zijn “paasbest”. Iedereen heeft zijn mooiste kleren aan. De haren in de plooi. Uitgebreide en mooie make up op. En dan begint het flaneren door de stad. Met de hele familie. In een grote optocht langs, maar vooral ook door, de nep tuinen. Langzaam. Heel langzaam lopen de grote families. En ze gaan zeer uitgebreid op de foto.

De lente begon in Vietnam. Door de hogere temperatuur ben je makkelijker en langer buiten. Ik heb heerlijk rondgelopen in de stad om mij te vergapen. Op de jaarwisseling zelf is er vuurwerk. Maar slechts op speciale ingerichte plekken. Veelal afgestoken door experts. Vanaf het balkon bij mijn familie house hadden wij er uitzicht op. Met een paar buitenlandse gasten, wat alcohol en chips. En dat was nummer 2.

In april kwam ik lichtelijk vermoeid aan in Thailand. Ik trakteerde mijzelf op een luxe uitspatting. Een eigen kamer in een wat luxer hotel met zwembad. Hoe meer faciliteiten een hotel of hostels biedt hoe hoger de prijs. Ik ben dol op zwembaden. Toch boekte ik zelden iets met een zwembad. Kosten besparen. En als ik dan toch een zwembad heb voelt het speciaal.

In Thailand stuitte ik op mijn derde jaarwisseling. Het boeddhistische nieuwjaar. Songkran. Niet op een vaste datum maar altijd ergens in april. Het feest van het water. In ongeveer 3 dagen gooien mensen water naar elkaar. Het symbolisch reinigen van je geest voor het nieuwe jaar.

Ik vind het de mooiste jaarwisseling. De temperatuur is hoog. Jong en oud is op straat. Pick-up rijden in colonne. In de bak grote bassins met water. Iedereen gooit naar iedereen. Man, vrouw, kind, opa en oma. Iedereen gooit met water. Iedereen is volledig kletsnat. Sommige ouderen hebben een bakje met water en meel. Zij maken een cirkel op je wang en spreken een zegening uit voor een goed nieuw jaar.

Af en toe hadden mensen echt super koud water. Dat is echt even schrikken. En ook weer lachen. Het is maar water. Het feest is vooral overdag. In de avond is iedereen moe van een dag feesten. Echt een feest voor iedereen. Allemaal stralende gezichten.
Ik vond het echt een van de mijn mooiste jaarwisseling. Water, zon en stralende mensen.

Wat kan ik meer wensen.

Huidige testbeleid is ongeschikt om beleid op te maken

Huidige testbeleid ongeschikt om beleid op te maken

Maatregelen nemen op basis van het aantal positieve tests per dag is onzinnig, omdat de manier waarop we dit meten voortdurend verandert en de test zelf vooral naar het verleden kijkt.

Opnieuw staat het kabinet voor de vraag of, wanneer en hoe het beleid aan te passen. De zogenaamde ‘routekaart’ is inmiddels al niet meer bruikbaar, omdat het testbeleid voortdurend wijzigt. Niet alleen stijgt de testcapaciteit nog steeds (nu 100.000 per dag, en we gaan naar 130.000 per dag), maar ook de gevoeligheid van het testen is gestegen door aanpassingen aan de test en het testbeleid.

De samenstelling van de mensen die getest worden verandert. Eerst werden alleen mensen met klachten getest, nu worden ook mensen zonder klachten getest. Nu vindt testen nog geheel vrijwillig plaats, maar doordat er steeds meer op verzoek van de werkgever getest wordt, komt daar nu ook een vorm van ‘niet-geheel-vrijwillig’ testen bij.

Kortom, de 10.000 besmettingen per dag van een maand geleden, is onvergelijkbaar met 10.000 besmettingen per dag van vandaag. De samenhang tussen het aantal positieve PCR-testen en het aantal ziekenhuisopnames wordt dan ook steeds zwakker.

Datzelfde geldt voor de ‘signaalwaarden’ van ic-opnames en ziekenhuisopnames die door het kabinet op respectievelijk 10 en 40 per dag zijn gezet. Ook die zijn relatief betekenisloos geworden door het testbeleid en de specifieke eigenschappen van de PCR-test. Dat vraagt om toelichting.

Het terugkijkende karakter van de PCR-test

De PCR-test kijkt naar de aanwezigheid van kleine stukjes RNA van het coronavirus. Het is daarbij niet in staat om te bepalen of het virus nog intact is en dus of de persoon in kwestie nog besmettelijk is. Dat hangt mede af van de gevoeligheid van de test en die wordt bepaald door het aantal cycli dat de test doorloopt. Bij een laag aantal cycli (<25) is de gevoeligheid van de test laag en de kans dat de persoon besmettelijk is hoog, bij een hoog aantal cycli (>30) is de gevoeligheid hoog en die kans laag.

Over de kansen en dus het nut tussen de 25 en 30 cycli wordt onder deskundigen een hevig debat gevoerd. Heeft iemand klachten en wordt er dus getest vlak na de besmetting (binnen 8 dagen na het ontstaan van klachten), dan zijn waarden tussen de 25 en 30 nog betekenisvol voor de besmettelijkheid, daarbuiten niet meer.

Mensen met positieve uitslag niet altijd besmettelijk

Omdat we de PCR-test ook gebruiken om de epidemie te bestrijden, is het aantal cycli in Nederland relatief hoog gezet op een Ct-waarde van 35. We willen immers het aantal besmettingen laten dalen en dan is iets te streng beter dan iets te mild. Met deze gevoeligheid betekent een positieve uitslag dus niet noodzakelijkerwijs dat de persoon besmettelijk is.

Beoordeling van de Ct-waarde in relatie met het klachtenpatroon is daarvoor essentieel. Ook als je een paar weken geleden een coronabesmetting hebt gehad, en niet meer besmettelijk bent, kan de test positief zijn. Hoeveel weken weten we niet precies, schattingen lopen uiteen van 6 tot wel 12 weken. Hier legt viroloog Marion Koopmans dat nog eens uit. In het vervolg van dit artikel rekenen we met 8 weken.

Stel dat we heel Nederland tegelijkertijd zouden kunnen testen, dan vinden we niet alleen de circa 88.000 mensen die op dit moment volgens het RIVM besmettelijk zijn (figuur 1), maar ook vinden we iedereen die ongeveer de afgelopen acht weken corona heeft gehad (figuur 2)! En omdat de besmettelijkheid gemiddeld 6 tot 10 dagen duurt, vinden we dus veel meer mensen die niet besmettelijk zijn dan mensen die dat wel zijn.

Met een incubatietijd van ongeveer een week heb je het dan over iedereen die tussen 10 oktober en 7 december een coronabesmetting heeft meegemaakt. Dat is een flink stuk van de tweede golf. Op basis van de RIVM-datareeks besmettelijke mensen zijn dat 980.000 mensen. Dat is 5,6 procent van de bevolking. We kijken met de PCR-testen als het ware naar het heden en naar het verleden.

Anders gezegd: als je een willekeurige Nederlander test, is de kans 5,6 procent dat de test positief terugkomt. De willekeurige Nederlander die positief test heeft vervolgens 9,0 procent (88.000/980.000) kans om nu corona te hebben en 91,0 procent kans om een coronabesmetting al eerder doorgemaakt te hebben, maar nu niet meer besmettelijk te zijn.

 

Figuur 1: Aantal besmettingen per dag, brondata: RIVM
Figuur 1: Aantal besmettingen per dag, brondata: RIVM

 

 

Figuur 2: Cumulatief aantal besmettingen, brondata: RIVM
Figuur 2: Cumulatief aantal besmettingen, brondata: RIVM

 

Betekenis voor de interpretatie cijfers

Wat betekent die 5,6 procent nu voor hoe je de dagelijkse testresultaten en het coronadashboard moet interpreteren? Daarbij is het van belang dat het coronavirus overal in Nederland aanwezig is. Het is aanwezig in alle regio’s, bij alle bevolkingsgroepen, en bij alle leeftijden. Stel dat je alle winkelmedewerkers van Nederland zou testen, of alle bakkers, of alle voetballers, dan is de kans groot dat rond de 5,6 procent van die groepen positief test.

Datzelfde gaat op voor alle ziekenhuisopnames, en alle IC-opnames en alle overlijdens. Of deze mensen die nu worden opgenomen ook daadwerkelijk corona hebben, weten we niet. Of corona de reden is dat mensen worden opgenomen weten we ook niet, beide worden meegeteld. Of mensen die overlijden, daadwerkelijk overlijden met corona, aan corona, of aan iets anders na een oude coronainfectie, weten we niet.

Overlijdens

Voor de overlijdens hebben we daar een oplossing voor. Juist omdat het onmogelijk is om definitief en betrouwbaar vast te stellen wat de rol van corona bij de doodsoorzaak is, kijken we daar naar de oversterfte (figuur 3). Door naar de oversterfte te kijken kunnen we dus corrigeren voor de meetfouten. De oversterfte wordt daarom als meest betrouwbare indicator gezien en die publiceert CBS elke week. En dan zie je dat corona inderdaad oversterfte veroorzaakt in de bevolking boven de 65 jaar en dan met name in de bevolking met een indicatie. Ook momenteel is er nog sprake is van lichte oversterfte.

Opnames

Datzelfde zou je ook kunnen doen met ziekenhuisopnames en IC-opnames. Ook die kunnen we op dezelfde manier corrigeren voor meetfouten. Je krijgt dan het concept ‘over-opnames’.

In een normaal jaar zijn er circa 75.000 opnames op de intensive care. Dat zijn er afgerond 205 per dag. Daarnaast zijn er per jaar 3 miljoen ziekenhuisopnames. Dat zijn er 8.200 opnames per dag. Maar daar zitten ook de dagopnames tussen. Er zijn 1.6 miljoen ziekenhuisopnames per jaar met overnachtingen. Dat zijn er afgerond 4.400 per dag. Dat is de normaalsituatie.

Als momenteel 5,6 procent van de hele bevolking positief zou testen op corona, dan verwacht je nu dus 246 opnames met overnachting met corona per dag als alle 8.200 ziekenhuispatiënten getest zouden worden. Maar dat gebeurt niet overal. In ziekenhuizen wordt ook veelal alleen getest bij klachten of bijvoorbeeld voor een operatie waarbij intubatie nodig is. In ziekenhuizen was het gemiddelde van afgelopen week 193 opnames per dag, daar is dus geen ‘over-opname’. Dat concept van over-opnames zou je nog verder kunnen verfijnen door te corrigeren voor leeftijd en de prevalentie van corona per leeftijdsgroep, maar het concept blijft hetzelfde.

Op de IC’s is wel sprake van ‘over-opname’. Daar zou je nu 12 opnames per dag verwachten op basis van diezelfde 5,6 procent, maar het zijn er gemiddeld 28 per dag de afgelopen week. Dat is op zichzelf niet uitzonderlijk. Elk jaar zijn er op de IC’s rond de 5.300 opnames voor longontsteking, vooral in de herfst en winter. Dat zijn er dan gemiddeld zo een 20 tot 25 per dag. De huidige verhoging zit daar boven en is betrouwbaarder dan bij ziekenhuisopnames omdat op de IC wel elke patiënt getest wordt op corona. Stel dat momenteel het aantal IC-opnames rond de 10 zou schommelen, dan kijk je waarschijnlijk naar besmettingen uit het verleden en naar mensen die met, maar niet vanwege corona zijn opgenomen.

Positieve tests

Datzelfde geldt als we nu kijken naar het aantal positieve tests per dag. Een stijging daarvan kan liggen aan groter aantal testen, een andere samenstelling van de mensen die zich laten testen, of het kan zelfs komen omdat er weken geleden een piek was in het aantal feitelijke besmettingen omdat nu ook mensen zonder klachten zich kunnen laten testen. Met andere woorden, het dagelijks aantal besmettingen is tamelijk betekenisloos.

Of de hier gebruikte 8 weken voor de berekening de juiste termijn is weten we niet. Als het langer is, dan zijn de overopnames lager, is het korter dan zijn ze hoger. Maar dat is nu juist het punt, dit testbeleid en het terugkijkende karakter van de PCR-test ontneemt veel zicht op het verloop van de epidemie.

 

Figuur 3 Overledenen per week, 2020
Figuur 3 Overledenen per week, 2020

 

Wat dit betekent voor het beleid en voor het testbeleid

Het aantal besmettingen per dag is dus ongeschikt als indicator om beleid op te maken. Elke meting die wordt gebruikt als meting en als middel om de uitkomst van diezelfde meeteenheid te beïnvloeden raakt verstoord. Het is Goodhart’s Law. Er zijn drie mogelijkheden om dat op te lossen:

1.Het kabinet gaat sturen op oversterfte, over-ziekenhuisopnames en over-IC-opnames.

Die drie indicatoren zijn allemaal fors gedaald ten opzichte van de piek en zijn nu al enige tijd stabiel en dat geeft dan vooralsnog geen reden om het beleid aan te passen.

2.Het kabinet laat elke week, een echt willekeurige steekproef nemen onder de hele bevolking waarbij getest wordt op meerdere virussen (zoals de Nivel-peilstations), met een constante samenstelling, werkwijze en bruikbare gevoeligheid om een betrouwbare actuele prevalentie te verkrijgen en gaat daar op sturen.

3.Ziekenhuizen gaan de aantallen opnames rapporteren met meer detail: op basis van wie voor Covid-19 wordt opgenomen en wie in het ziekenhuis is voor iets anders, maar ook een positieve coronatest heeft. De Rt wordt weer berekend op basis van het aantal ziekenhuisopnames. Tevens worden de Ct-waardes van de huidige testen openbaar gemaakt.

Doorgaan met de huidige werkwijze leidt tot beleid dat met grote waarschijnlijkheid of te streng, of te los is. Het is ook niet tijdig en doet daarmee onnodige schade.

Samenvattend

  • Het huidige testbeleid levert geen betrouwbare informatie op over de prevalentie van corona in Nederland.
  • Dat komt ook omdat de test niet alleen wordt ingezet als meetinstrument, maar ook als middel om het aantal besmettingen te reduceren.
  • Een wekelijkse, gestandaardiseerde steekproef met een verbeterde test kan dit verbeteren, maar er zijn ook andere mogelijkheden.

Bron: Rekenen aan corona #10, onderdeel van een serie blogs door ESB

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on telegram
Share on google
Share on reddit
Share on xing
Share on whatsapp
Share on email
Share on print

Employability, wat betekent dat?

Nu, en ook straks werk kunnen doen dat er toe doet, voor jezelf, voor de werkgever en voor de maatschappij. Dat betekent employability in het kort. Bredere inzetbaarheid dus, en dat gaat allerminst vanzelf. 5 Tips om employability als proces constant aan de gang te houden.

Mensen die duurzaam inzetbaar zijn, doen werk dat bij hen past, voelen zich er verbonden mee, werken samen en netwerken. Ze hebben geen moeite met veranderingen in hun werk en op de arbeidsmarkt en passen zich gemakkelijk aan. Ook willen ze graag een succesvolle overstap naar een andere functie maken, in de eigen organisatie of daarbuiten. Niet alleen wanneer dat moet, maar ook omdat ze zelf het gevoel hebben toe te zijn aan een volgende stap in hun carriere.

Werkgever moet eraan meewerken!

Belangrijk is dat je ze als werkgever niet tegenhoudt als ze plannen op tafel leggen voor bijscholing, een opleiding of cursus. De angst om op te leiden voor de buren, of de employability paradox is vaak onterecht. Wie zijn betere mensen de ruimte geeft, krijgt daar meestal veel loyaliteit voor terug. Wie ze kortwiekt, kan een opzegging tegemoet zien.

5 tips om employability betekenis te geven

Nadenken over, en werken aan employability is een verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer samen. Je hoeft er niet elke dag mee bezig te zijn. En wie niet wil, moet ook zeker niet worden gedwongen. Maar er zijn vaak meer mogelijkheden dan je denkt. Zelfs in deze extreem-onzekere corona-tijden. Hieronder geven we praktische handvatten om employability te bevorderen bij zo veel mogelijk medewerkers. Waarbij we nadrukkelijk focussen de nabije toekomst over drie tot vijf jaar. Wat is ervoor nodig om medewerkers dan ook nog optimaal inzetbaar te laten zijn?

1} Vakkennis bijhouden, en waar relevant ook uitbreiden.

Kijk naar de ontwikkelingen in de functie, en wat breder in het vak waar die functie uit is voortgekomen. Zo krijgen artsen binnen enkele jaren waarschijnlijk te maken met andere behandelmethoden, die minder ingrijpend zijn en meer voorspellende waarde hebben. Verpleegkundigen krijgen te maken met robots of exoskeletten die zware en saaie onderdelen van het werk kunnen overnemen. Managers moeten zich ontwikkelen richting dienstverleners. En journalisten moeten leren hoe ze goede video’s kunnen opnemen met hun smartphone.

Wat komt er aan?

In elk beroep zijn ontwikkelingen aan te wijzen die ‘er aan komen’. Je kunt alleen employable zijn wanneer je daar tijdig op inspeelt. Niet door klakkeloos overnemen, maar door de vaardigheden te integreren in je huidige manier van werken. Dakpansgewijs ontwikkelen. Dat kan met vaardigheden die op elkaar aansluiten, of elkaar deels overlappen. Een beetje zoals een dakdekker een dak voorziet van pannen of panelen. En dat is gelijk een innovatief idee voor dat beroep: dakdekkers kunnen ook zonnepanelen leren installeren.

2} Regelmatig even de blik vooruit werpen.

Wie een beeld heeft van de ontwikkelingen in zijn vak in de nabije toekomst, doet er goed aan om daarover in gesprek te blijven. Met collega’s, maar ook met de leidinggevende. Spiegel je eigen verwachtingen en ambities aan die van anderen. Wat komt eraan, in de nabije toekomst? En ben ik daarvoor voldoende uitgerust, qua opleiding en ervaring? Het gaat erom dat elke medewerker zich bewust is van de noodzaak om soms even stil te staan bij zijn eigen inzetbaarheid. Zowel persoonlijk als professioneel. Hoe blijf je voldoende productief en gemotiveerd voor je werk, en hoe blijf je daarbij ook gelukkig in je persoonlijke leven.

Je bent alleen als geheel employable (of niet)

Werk en privé is een geheel, bespreek dat het liefst in samenhang. Informeer als HR of er dit jaar ruimte is voor een grote stap vooruit omdat er privé van alles gebeurt. Of denkt de medewerker dat de ontwikkelingen niet zo snel gaan als het bedrijf denkt? Dat kan, elke medewerker is een specialist op zijn eigen terrein. Uitspreken van verwachtingen voorkomt misverstanden. Medewerkers mogen daar zelf ook wel wat stelligheid in betrachten. Zij zijn de deskundige professionals die het werk moeten doen. Denk aan de beruchte uitspraak van Apple-oprichter Tim Cook: We nemen talent aan zodat zij ons kunnen vertellen wat we zouden moeten doen. Niet andersom.

3} Proef aan het andere werk.

Voorkom dat mensen langdurig hetzelfde werk doen, laat ze makkelijker veranderen. Job crafting, job carving, snuffelstages, taak- en functieroulatie, themaprojecten: de manieren om op een andere manier naar je oude werk te kijken breiden steeds meer uit. Niet alleen ander werk, maar ook anders werken helpt om flexibel te blijven. Dus: vaker werken op andere tijden en plekken mogelijk maken. Het grote thuiswerk-experiment tijdens de coronacrisis heeft al laten zien dat er (veel) meer kan dan we ooit dachten. Vooral de jongere talenten zijn dol op bedrijven met flexibele werkmogelijkheden. Qua plaats en tijd van werken.

Kijk eens anders tegen je werk aan

Regelmatig een ander perspectief opzoeken geeft makkelijker ideeën om de ervaringen, kennis en vaardigheden anders te gebruiken. Ook congressen, seminars en korte trainingen kunnen onverwachte nieuwe inzichten geven. Net zoals rollenspelen, en serious gaming. Gewoon eens iets anders doen, of hetzelfde doen maar dan anders. Naast training, scholing en opleiding om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen is het een onmisbare manier om meer praktijkervaring in de breedte op te doen. En vaker om je heen kijken heeft nog een groot voordeel: je bent dan vanzelf aan het netwerken. Ook bij de huidige werkgever, als die tenminste openstaat voor iets nieuws, of een andere aanpak.

4} Blijf kijken hoe het anders kan.

Vaste functies met strak omlijnde profielen en daaraan gekoppelde loopbaanpaden zijn echt niet meer van deze tijd. Vaker aanpassen en sneller aanpassen zijn de competenties waarop organisaties hun mensen moeten werven en selecteren. Kijk bij sollicitaties dus niet alleen naar de taken en functievereisten van de huidige functie. Probeer ook om te kijken naar mogelijke functies in de organisatie over drie tot vijf jaar. Zoek naar de vaardigheden en competenties die op meerdere terreinen zijn te gebruiken. Probeer een brug te slaan tussen wat deze m/v nu te bieden heeft, professioneel maar ook qua persoon, en wat je daarvan straks ook goed kunt gebruiken. Zo doe je aan personeelbehoud, en aan duurzame inzetbaarheid.

De ideale kandidaat is al in huis!

Kijk als HR / management bij vacatures ook eerst of er intern niet een kandidaat is te vinden die het werk goed aan zou kunnen, misschien met wat scholing. Vaak is die er wel, en ‘snakt’ deze vaste kracht naar een nieuwe ‘uitdaging’. Het gaat er steeds minder om wat je kunt, veel belangrijker is hoe snel je het kunt leren. Steeds meer ondernemingen laten hun mensen kijken bij de buren. Daar heeft het bedrijf zelf ook wat aan. Medewerkers die vrij om zich heen kunnen kijken, zijn veel loyaler aan het bedrijf dan de specialisten die je inhuurt voor een specifieke klus. En gaan ze toch weg, dan zijn ze eerder geneigd om weer terug te komen. Verrijkt met vele ervaringen.

5} Maak het mogelijk.

Opleidingen, trainingen en andere scholingsactiviteiten kosten geld, dus dat moet er voldoende zijn. Ook moeten ontwikkelmogelijkheden en wensen regelmatig opnieuw in kaart worden gebracht. Natuurlijk, werknemers moeten zelf ook met wensen en ambities komen voor hun professionele en persoonlijke ontwikkeling. Maar dan moet de werkgever vaak toch eerst duidelijk laten zien dat hij dat echt graag ziet, en het ook echt mogelijk wil maken. Gelukkig willen veel werkgevers niets liever, blijkt uit de herziene Arbeidsvoorwaardennota 2020 van VNO-NCW en AWVN. Werkgevers blijven streven naar bredere inzetbaarheid en wendbaarheid, net zoals stimuleren van de mogelijkheden om te gaan van werk-naar-werk en omscholing. Wijs je mensen dus op kansen, of ga er samen naar op zoek. Hoe? Bevorder de leercultuur in het bedrijf. Of huur (soms) een loopbaancoach in.

Een mobiliteitsportal inrichten

Je kunt ook een mobiliteitsportal inrichten, waarop een aanbod aan cursussen en opleidingen plus interne vacatures is te vinden. Maar laat dat niet het exclusieve domein zijn van managers en (mobiliteits)adviseurs. Vaak gaat dat pas echt leven als medewerkers er zelf verhalen op zetten. Korte ervaringen met om-, her- en bijscholingen, opzienbarende overstappen, en wat minder goed uit de verf kwam. Erg belangrijk is een makkelijke reactiemogelijkheid. Richt het in als een forum, dan komt het gesprek op gang. Met tips over de betere boeken die je zou moeten lezen, te bekijken video’s en te spreken mensen. Check dit voorbeeld op de website van ICM opleidingen.

Gezond is ook de basis voor employability

Vooral jongere werknemers vinden gezond kunnen werken steeds belangrijker als ze een (nieuwe) werkgever kiezen. Het zorgt voor employability, juist ook op de langere termijn. Daarom is een gezonde levensstijl mogelijk maken een belangrijk argument, als het erom gaat het juiste talent aan te trekken voor het bedrijf. Vooral jongeren in (para)medische beroepen letten hier goed op. Behalve verpleegkundigen. En ook bij onderwijzers en ICT’ers moet de werkgever zelf goed letten op een gezonde leefstijl. Aandacht voor de werk-privébalans hebben alle jongeren wel steeds vaker. Ook al omdat ze steeds langer moeten doorwerken, en dat steeds korter bij een en dezelfde bedrijfsorganisatie kunnen doen.

 

Bouw een buffer met online verdienmodellen

2020 heeft laten zien dat veel bedrijven niet vast kunnen houden aan het oude en dat een stevig portie omdenken nodig was om overeind te blijven.

Meebewegen met dat wat nog wel mogelijk is.

2020 was het jaar waarin alles stilstond maar het internet gewoon is doorgegaan.

Sterker dan ooit.

2020 was het jaar van de drastische omslag naar online diensten en online verkoop van producten.  

Nog nooit waren er zoveel webshops, online trainingen, online coachingsessies, online meetings, online netwerkbijeenkomsten, online (sport)lessen en nog veel meer.

Bedrijven speelden in op wat wél mogelijk was.

Internet was de baas.

Internet is nog steeds de baas.

Als je tijdens de eerste lockdown nog moest uitvogelen hoe Zoom, Microsoft Teams, online marketing, online coaching werkt, was je eigenlijk al veel te laat.
Online is er veel mogelijk.
Sterker nog: online verdienmodellen kunnen je redding zijn.

Inmiddels zitten we nog steeds in de tweede lockdown en nog steeds zijn er veel ondernemers die kopje onder dreigen te gaan of nog steeds heel veel omzet mislopen.

Vreselijk om te zien en te horen.

Zelf heb ik naast offline diensten al jaren online diensten en heel eerlijk gezegd was ik daar afgelopen periode extra dankbaar voor.

Het begon in 2016 toen ik mijn eerste online programma lanceerde na een online challenge, met niet alleen deelnemers uit Nederland en België, maar ook uit Spanje, Curaçao, Aruba en Zuid-Afrika.

Fascinerend vond ik dat en ik ben me daarna verder gaan verdiepen in online ondernemen. Ik kwam in contact met Eelco de Boer die later mijn coach en mentor werd.

Ik ben van 100% offline diensten gegaan naar 90% online diensten en 10% offline diensten.

Ik ging werken met een virtueel team van mensen die op afstand werken.

Ik werkte (tot C in maart roet in het eten gooide) regelmatig vanuit het buitenland. Online.

Ik gaf in 2017 mijn eerste webinar vanuit de Dominicaanse Republiek.

Omdat ik het practice-what-you-preach-type ben heb ik vele online verdienmodellen zelf uitgeprobeerd, zodat ik kon zien wat bij mij past en later mijn klanten kon adviseren over verdienmodellen die mogelijk ook voor hen kunnen werken.

2021 is net begonnen.

En of het nou gaat over online verdienmodellen of online marketing.

Internet is nog steeds de baas.

Laatst had ik weer een call met mijn mentor Eelco de Boer en hij besprak een nieuw en interessant online verdienmodel.

En ik dacht: Why not? Ik vraag het hem gewoon. Ik vraag hem of hij dit specifieke online verdienmodel (en andere online verdienmodellen) wil delen met mijn klanten en de ondernemers in mijn netwerk.

Binnenkort geeft Eelco de Boer speciaal voor mijn netwerk de online masterclass ‘Leven van Internet’.

Tijdens deze masterclass ontdek je:

  • Hoe je sneller dan je denkt een online verdienmodel kunt opzetten
  • Hoe iedereen dit kan met de juiste ondersteuning
  • Welke “GameChangers” je MOET begrijpen als je online succesvol wilt zijn
  • Waarom dat ene verdienmodel zoveel beter werkt dan alles wat hij de afgelopen 20 jaar heeft gedaan

Omdat ik niet wil dat je weer een masterclass volgt waar je niks mee gaat doen, hebben we gekeken naar een manier waarop jij 2021 ook écht kunt starten met het bouwen van een online fundament.

Dus na de masterclass ontvang je nog wat extra zodat je ook meteen aan de slag kunt:

  • Het “19 GameChangers” ebook
  • “66 MasterMoves Mindsets”
  • Het ebook “23 Eigenschappen van de Nieuwe Ondernemer”

Ben jij erbij? Inschrijven kan hier.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on telegram
Share on google
Share on reddit
Share on xing
Share on whatsapp
Share on email
Share on print
beUnited Blog Ziekenhuisopnames in beeld

Ziekenhuisopnames in beeld

„Wat we nu al tegen elkaar zeggen is, we moeten eigenlijk al keuzes maken, operaties uitstellen en mensen wel of niet opnemen op de IC. Dat is nog niet over leven en dood, dus dat is zeker nog niet code zwart. Maar als dat zo doorgaat, verwachten we dat eigenlijk eind januari”, zegt Diederik Gommers [1].

We stevenen dus mogelijk af op code zwart?

Inzet van zorgpersoneel

Alvorens in de ziekenhuiscijfers te duiken, moet mij van het hart dat ik enorm veel respect heb voor al het zorgpersoneel dat zich dag in dag uit blijft inzetten voor de medemens. Dit schrijven doet daar helemaal niets aan af.

GGD-opnames (OSIRIS) versus NICE-opnames

Hierbij de letterlijke tekst van de cijferverantwoording Ziekenhuizen op het Corona Dashboard:

“Osiris kent inmiddels echter een aanzienlijke onderrapportage van ziekenhuisopnames doordat de GGD’en niet altijd meer informatie krijgen over ziekenhuisopnames van Covid-patiënten.” [2]

Waarom zou er nu sprake zijn van onderrapportage aan de GGD’en? In maart waren de cijfers van de GGD’en nog heel accuraat, dus zou de onderrapportage dan niet het gevolg zijn van het onderstaande?

“Osiris neemt alleen de patiënten mee die vanwege COVID-19 in het ziekenhuis liggen, terwijl NICE ook ziekenhuisopnames rapporteert van patiënten met COVID-19, maar die om een andere reden in het ziekenhuis zijn opgenomen.” [2]

Die om een andere reden zijn opgenomen? Sinds het aantal COVID-opnames meer dan 40 per dag zijn, schrijft de Federatie Medisch Specialisten (FMS) voor dat alle (asymptomatische) patiënten die onder narcose moeten voor een operatie, getest moeten worden [3].

Het behoeft weinig toelichting dat bij grootschalig asymptomatisch testen van een paar duizend operaties per dag [4] een evenredig aantal PCR-testen positief zullen zijn. Het zou inmiddels de beleidsmakers ook niet ontgaan moeten zijn dat asymptomatische besmettingen niet of nauwelijks voorkomen. Uit bron- en contactonderzoek in Wuhan is gebleken dat 300 asymptomatische gevallen niet één van de 1174 nauwe contacten heeft geïnfecteerd. [5]

Het is dus ernstige misleiding om simpelweg alle positieve PCR-testen mee te tellen als COVID-patiënt voor beleidsmaatregelen, de GGD-opnames lijken daarom nog altijd de meest betrouwbare cijfers. Zowel in absolute cijfers alsmede als trendindicatie.

Ziekenhuisopnames zijn ziekenhuisopnames

De NICE-opnames zijn ongeveer een factor 2 – 4x zo hoog als de gerapporteerde GGD-opnames. Maar wat maakt dit verschil dan uit? De mensen liggen toch in het ziekenhuis en houden bedden bezet?

Het feit dat er geen enkel onderscheid meer te maken valt tussen een échte COVID-patiënt en een onterechte COVID-patiënt (een asymptomatische patiënt met een positieve PCR), heeft nogal wat implicaties, onder andere:

  • Alle positief gediagnosticeerde patiënten moeten als zodanig worden behandeld en levert dus extra werkdruk op voor het zorgpersoneel;
  • De COVID-ziekenhuisopnames worden overschat;
  • De COVID-IC-opnames worden overschat;
  • De R-waarde wordt overschat door deze overrapportage;
  • De overheid maakt beleid op basis van verkeerde cijfers;

Ziekenhuisopnames in beeld

Onderstaand de opnames GGD [6] en NICE [7] in één grafiek over de periode februari 2020 tot heden [GRAFIEK 1]:

No alt text provided for this image

Onderstaand de GGD-opnames inclusief het 7-daags gemiddelde [GRAFIEK 2]:

No alt text provided for this image

In grafiek 1 is duidelijk het verschil tussen de GGD- en de NICE-opnames te zien. De NICE-cijfers geven een absoluut vertekend beeld om de “tweede golf” in perspectief te plaatsen tot de “eerste golf” in maart, aangezien er voor het najaar een andere definitie van COVID-ziekenhuisopname is gehanteerd.

Op basis van de GGD-cijfers kunnen we niets anders spreken dan van een rimpeling, in plaats van een “tweede golf”. Daar gelaten dat er in enkele ziekenhuizen lokaal wel drukte kan worden ervaren.

Als we wat meer inzoomen op de “tweede golf” voor wat betreft GGD-cijfers, dan zien we het volgende [GRAFIEK 3]:

No alt text provided for this image

Code zwart in zicht?

Je hoeft geen epidemioloog te zijn om te zien dat er absoluut geen epidemiologische COVID ‘uitbraak’ is. Terugkomend op de opmerking van Diederik Gommers: “Maar als dat zo doorgaat, verwachten we dat (code zwart) eigenlijk eind januari” kan dus gekwalificeerd worden als stemmingmakerij.

De trend is afvlakkend en geenszins exponentieel stijgend zoals in maart en er lijkt zelfs al weer een daling te zijn ingezet [GRAFIEK 3].

Druk op de zorg

Het 7-daagse gemiddelde heeft sinds de zomer nog nooit de 100 gehaald [GRAFIEK 3]. Met een gemiddelde ligtijd van 10 dagen, zijn dat ongeveer 1000 opgenomen échte COVID-patiënten. Omdat een net verlaten ziekenhuisbed niet per direct beschikbaar hoeft te zijn voor een nieuwe patiënt, zal de beddendruk wellicht wat hoger kunnen zijn.

Het grootste knelpunt is momenteel zorgpersoneel. In een land, waarvan het inwonersaantal blijft groeien en tevens vergrijst, is het volstrekt onbegrijpelijk dat er de afgelopen jaren is bezuinigd op het aantal verpleegkundigen. De zorgvraag zal de komende jaren enkel toenemen en daarmee de druk op de zorg.

Enorm veel respect voor al het zorgpersoneel dat zich elke dag weer inzet, terwijl zij door het beleid van afgelopen jaren keer op keer weer in de steek zijn gelaten en nu gebukt gaan onder de enorme werkdruk en vermoeidheid.

Zonder de maatregelen

Maar wat als we de lockdown nu niet hadden gehad? Intuïtief zou je zeggen dat lockdowns en daarmee het voorkomen van onnodige contacten, effectief zouden moeten zijn. Het gaat te ver om in dit artikel een welles nietes spelletje te houden, feit is dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit van lockdowns [8].

Zou het niet zo moeten zijn dat, wanneer vrijheden van burgers worden ingeperkt, na 11 maanden verzameling van data, een overtuigend bewijs geleverd moet kunnen worden, alvorens we blijven volharden in lockdowns? En hoe verhoudt dit zich tot de nevenschade van de lockdowns?

Hoe nu verder?

Eerlijke cijferrapportage

Om te beginnen dienen de ziekenhuiscijfers op een eerlijke manier te worden gepresenteerd. Échte COVID-opnames dienen onderscheiden te worden van patiënten die om een andere reden zijn opgenomen.

Daarnaast dienen de gecorrigeerde cijfers in perspectief geplaatst te worden tot voorgaande jaren. In een poging de maandcijfers van voorgaande jaren op te vragen bij Stichting NICE, was het resultaat: “Vanwege onze verwerkerscontracten met de ziekenhuizen en de drukte omtrent de COVID-19 registratie kunnen wij de gegevens helaas ook niet op deze manier beschikbaar maken.”

Huisartsen per direct terug in beeld

Nederland heeft eerstelijns zorg waar we trots op mogen zijn. De bijna 13.000 huisartsen zijn het voorportaal van de ziekenhuizen. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) zou haar verantwoordelijkheid moeten nemen om huisartsen adequaat te informeren over effectieve vroegtijdige behandeling.

Ivermectine

Ivermectine is een veilig anti-parasitair geneesmiddel, waarvoor William C. Campbell in 2015 zelfs de Nobelprijs heeft gekregen [9]. Tevens staat het op de lijst met meest essentiële medicijnen van de WHO ‘The Selection and Use of Essential Medicines’ [10].

Ivermectine blijkt met betrekking tot COVID-19 zowel antivirale eigenschappen te bezitten (effectief in profylaxe en vroegtijdige behandeling) en ontstekingsremmende eigenschappen (effectief in ziekenhuisbehandeling).

Het team van Prof. Paul Marik en Dr. Pierre Kory (meer dan 2000 peer reviewed wetenschappelijke publicaties) hebben een meta-analyse geschreven over Ivermectine met waanzinnige resultaten [11].

Dr. Andrew Hill heeft op 31 december in een video de eerste resultaten van een door de WHO sponsorde meta-analyse van 11 randomized controlled trials (de hoogste standaard) bekendgemaakt [12]:

  • 43% sneller herstel;
  • 83% lagere mortaliteit;

Deze resultaten zijn op basis van 1452 patiënten verdeeld over de 11 studies. In januari 2021 worden de resultaten verwacht van nog 3 grote Ivermectine studies (Brazilië, Colombia en Argentinië), waarbij het aantal geanalyseerde patiënten op meer dan 3000 komt.

Hierbij is enkel gekeken naar studies van ziekenhuispatiënten. Profylaxe (voorkoming van) en vroegtijdige behandeling via eerstelijns zorg, levert direct een enorme ontlasting op van de ziekenhuiszorg.

Het is onvoorstelbaar dat het NHG, FMS en de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB) zich nog altijd niet in positieve zin uitspreken voor Ivermectine. Het ironische is echter wel, dat ze zich massaal achter de effectiviteit van vaccins scharen op basis van resultaten van 170 patiënten [13].

Hierbij een dringende oproep aan het NHG, FMS en SWAB om haar verantwoordelijkheid te nemen. Jullie verkiezen code zwart boven de inzet van een veilig en bewezen geneesmiddel?

Conclusie

Er is geen enkele epidemiologische trend waarneembaar met betrekking tot het coronavirus. Deze angst voor dit virus kunnen we dus echt parkeren.

De angst zit in de zorgcapaciteit, met name het ziekteverzuim onder zorgpersoneel door de ongekende werkdruk en daarmee gepaard gaande stress en oververmoeidheid. Het coronavirus heeft daar uiteraard een rol in gespeeld, maar de conclusie kan mijns inziens niets anders zijn dan dat door jarenlange bezuinigingen een land van 17,5 miljoen inwoners absoluut niet in staat is gebleken om met een epidemie om te gaan. Iets waarvoor wij in 2018 al ernstig gewaarschuwd zijn door de griep.

Later dit voorjaar staat er mogelijk wél weer een epidemie voor de deur, influenza. De zorg zal komende maanden dus nog weinig ontzien worden. Gaat de wereld voor het eerst sinds haar bestaan dan in complete lockdown voor influenza?

Bronnen:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on telegram
Share on google
Share on reddit
Share on xing
Share on whatsapp
Share on email
Share on print
beUnited Blog Oversterfte 2020 zeer gering

Oversterfte ondanks Covid-19 gelukkig zeer gering

Op 29 december 2020 publiceerde het CBS  (onder een angstwekkende kop) dat er in 2020 tot en met week 51 ruim 162.000 mensen overleden waren, en dat, in 2020, met name door Covid-19 er een oversterfte zou zijn van 13.000 mensen.

Wat is oversterfte

Oversterfte is een (tijdelijke) stijging van het sterftecijfer (het aantal sterfgevallen) in een bepaalde periode ten opzichte van de statistische verwachting(en). Meestal is een oversterfte toe te schrijven aan omgevingsverschijnselen zoals hittegolven, koude periodes, epidemieën, (virus) pandemieën (vooral grieppandemieën), hongersnood of oorlog.

Dat er door Covid-19 sprake zou zijn van een oversterfte van 13.000 mensen in 2020 klinkt dan ook heel plausibel, maar klopt dat wel als je de CBS realiteit naast de eigen statische CBS verwachtingen (prognose) zet.

CBS prognose 2020

De CBS prognose over 2020 is dat er minimaal 164.087 mensen overlijden. De komende 10 jaar zal dit, door vergrijzing, oplopen tot 174.762 per jaar. Deze CBS prognose van het aantal overleden mensen in 2020 is eenvoudig terug te vinden op Kerncijfers van diverse bevolkingsprognoses en waarneming. 

beunited blog CBS Kerncijfers van diverse bevolkingsprognoses en waarneming

Vergelijk realiteit – prognose overleden mensen

t/m week 51week 52realiteitPrognoseverschil 
162.0003176165176164.0871.089

Conclusie

Zoals gezegd is een oversterfte een (tijdelijke) stijging van het sterftecijfer (het aantal sterfgevallen) in een bepaalde periode ten opzichte van de statistische prognoses.

CBS bewering onjuist

Kijkend naar bovenstaand vergelijk realiteit – prognose overleden mensen is de angstaanjagende bewering van het CBS, een oversterfte van 13.000 mensen door Covid-19 onjuist. De oversterfte is ondanks Covid-19 gelukkig zeer gering, 1098 mensen (0,6 %) i.p.v.  13.000 ( 7,9 %).

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on telegram
Share on google
Share on reddit
Share on xing
Share on whatsapp
Share on email
Share on print
Wat is er in 9 maanden wel gedaan aan zorgverbetering?

Wat is er in 9 maanden wel gedaan aan zorgverbetering?

Wat is er in 9 maanden wel gedaan aan zorgverbetering? Ik ben benieuwd naar de inhoudelijke antwoorden, liefst oplossingsgericht!

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on telegram
Share on google
Share on reddit
Share on xing
Share on whatsapp
Share on email
Share on print
55% werkenden bezwijkt bij nog een ‘tropenjaar’

55% werkenden bezwijkt bij nog een ‘tropenjaar’

Weer een nieuw jaar! Heeft u er ook zo genoeg van? Ruim de helft van alle werkenden (55%) ervoeren 2020 als een tropenjaar. Ook is 41 procent uitgeput door de hoge werkdruk. Een kwart kan de werkbelasting van een derde coronagolf niet aan. Dit blijkt uit de eindejaarsenquête van het CNV onder 7400 leden.

De vakbond pleit voor een Nationaal Coördinator Gezond Werk om werkenden in 2021 weer gezond te maken. ‘Voor miljoenen werkenden was dit het zwaarste jaar ooit. Een aanhoudende werkdruk. Schipperen met de werk-privébalans. Onveilige werkplekken. Eenzaamheid door langdurig thuiswerken. De druk bij vitale beroepen. Met als dieptepunt de deze week aangekondigde lockdown. Werkend Nederland zit er nu doorheen.’

Meer dan de helft bezwijkt in 2021

Als deze crisis nog lang aanhoudt, verwacht 30 procent niet dat ze hun huidige werk nog aankunnen. Ook verwacht meer dan 1 werkende op elke 5 in 2021 vaker dan nu uitval door werkdruk. Zelfs langdurige uitval, denkt 9 procent. Van alle sectoren leidt het onderwijspersoneel het meest onder de crisis, gevolgd door zorgpersoneel. Bij de onderwijzers vond 62% dit jaar een tropenjaar. De helft is uitgeput door de hoge werkdruk. In de zorg bezwijkt 27 procent bij een derde coronagolf. ‘Gezond werken moet daarom hét kabinetsspeerpunt van 2021 worden’, stelt voorzitter Piet Fortuin.

Historisch hoog ziekteverzuim

De voorzitter vindt dat het kabinet de financiële gevolgen goed opving met steunpakketten. ‘Het resultaat is het laagste aantal faillissementen sinds 20 jaar. Miljoenen mensen die hierdoor hun baan behielden. Maar het ziekteverzuim was dit jaar historisch hoog. De kosten van burn-outs lopen inmiddels op tot meer dan 3 miljard euro per jaar’, aldus Fortuin. ‘Het kabinet investeerde dit jaar in de economie. In bedrijven. In banen. We roepen hen op om in 2021 te investeren in mensen.’

Alles rond gezonder werken

De Nationaal Coördinator Gezond Werk moet zich volgens de CNV bezig gaan houden met alle elementen van gezond werken: werkstress, de balans tussen werk en privé, fysieke veiligheid en werkgeluk. Samen met overheid, werkgevers, werknemers, arbodiensten en gezondheidsorganisaties zorgt de Nationaal Coördinator Gezond Werk voor een infrastructuur die Nederland in 2021 weer gezond maakt.

‘Gezondheidsbeleid nu te versnipperd’

‘Vooral stressgerelateerd verzuim is al jaren een immens probleem. Maar dit jaar breken we alle records. Het kabinet moet nu snel iemand aanstellen die dit miljardenverslindende patroon doorbreekt. Het beleid is momenteel te versnipperd waardoor we achter de feiten blijven aanlopen. De werknemer betaalt de prijs’, stelt Fortuin.

beUnited Blog Hoe en waar werken we komend jaar

Hoe en waar werken we komend jaar?

Waar werken we in 2021? Op kantoor, thuis of allebei? Vooral grote bedrijven worstelen met die vraag. Bijna 6 van elke 10 grote ondernemingen weet nog niet wat de beste verhouding is tussen de mogelijke werkplekken. Zo blijkt uit onderzoek van Motivaction.

Waarom gaan we niet terug naar de manier van werken in 2019, denk je misschien. Vòòr de crisis worstelden we toch ook niet met dit soort vragen? Net iets meer dan een kwart (26%) van de ondervraagden denkt dat dit mogelijk is. Een meerderheid van 59 procent denkt dat we op zoek moeten naar een nieuwe balans tussen bij elkaar werken op kantoor, alleen werken thuis, en werken waar je wilt. Of werken waar het uitkomt, zoals een verzamelgebouw met kleine cockpits, een zalencentrum of een coffeeshop, of … vul maar in.

Kantoor heeft meerdere functies

Weg met het kantoor dus? Er een zakelijk clubhuis van maken, een zakelijke ontmoetingsplek voor werknemers? Dat ziet maar 3 procent van de ondervraagden in het onderzoek van Motivaction zitten. Kennelijk heeft het fysieke kantoor meerdere functies in een werkend leven. Het is ook een plek om te netwerken en te socialiseren, zeker handig voor nieuwe mensen die snel willen of moeten integreren in hun nieuwe baan, bij een nieuwe werkgever.

Afstand houden!

Maar als we dan weer teruggaan naar kantoor zijn er voorlopig nog veel corona-gerelateerde obstakels waar we slecht mee kunnen omgaan. Het gaat dan vooral om voldoende afstand houden op de werkplek en zorgen dat er niet teveel mensen tegelijk te dicht bij elkaar staan. Die problemen werden ook al duidelijk in eerdere onderzoeken. De hele dag voldoende afstand houden lukt maar net iets meer dan de helft van de werkenden. En als je dan toch teruggaat naar kantoor: luchtzuivering staat bovenaan het prioriteitenlijstje. Nog belangrijker dan vaccinaties, vindt bijna de helft van de kantoormensen.

Weinig thuiswerk in kleinbedrijf

Thuiswerken blijft dus ook in het aanstaande jaar 2021 op de agenda staan. Niet tot ieders vreugde. Vooral bij het kleinbedrijf tot 10 medewerkers is men niet zo gediend van thuiswerken als permanente bezigheid. Zo vond 53 procent van de kleinste bedrijven het in 2020 niet nodig om extra te investeren in arbo-verantwoord werkmateriaal voor thuiswerkers. Ook de thuiswerkvergoeding is vrij zeldzaam bij kleine werkgevers. Niet meer dan 10 procent geeft die, terwijl 42 procent van de werkgevers met meer dan 500 mensen een vergoeding voor thuiswerken betaalt. Bij de middelgrote ondernemingen (250-500 werknemers) ligt dat percentage op 35.

Thuiswerkvergoeding ook in januari onbelast

Overigens, wie de reiskostenvergoeding wil gebruiken als thuiswerkvergoeding kan dat ook in januari 2021 nog onbelast doen. Het gaat dan alleen om vaste vergoedingen voor reiskosten die de werkgever al vòòr 13 maart 2020 betaalde, tot 3 procent van een loonsom van hoogstens 4 ton. In januari besluit de regering of de vrijstelling langer duurt. Een thuiswerkvergoeding is onder andere bedoeld voor sneller en duurder internet, printen, verwarming, verkoeling, elektra en koffie. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) becijferde dat het een werknemer gemiddeld 2 euro per dag kost om thuis te werken.

beUnited Blog Waar zit jouw ‘unfair advantage’ Igor Wortel en Wim van Renswouw

Waar zit jouw ‘unfair advantage’?

Al maanden hoor je vanuit de Haagse politiek en de professionele advisering dat de digitalisering in het bedrijfsleven versnelt en we naar onze verdienmodellen moeten kijken. Een werkgroep onder leiding van ministers van financiën en economische zaken heeft gekeken naar de verdiencapaciteit van Nederland en onderzocht waar we in de toekomst geld mee kunnen verdienen. Met het welbekende Wobke-Wiebes fonds als uitkomst.

Maar wat bedoelt men nu eigenlijk? Is het niet normaal voor een ondernemer om constant te zoeken naar nieuwe manieren om geld te verdienen, proberen de kosten zo laag mogelijk te houden en waar mogelijk te investeren? Business-as-usual zou je bijna zeggen.

Eerst de versnelling, die is er wel degelijk en wel op twee fronten:

  1. Het steeds sneller digitaliseren van infrastructuur, apps voor van alles en nog wat aan functionaliteit en decentralisatie van dienstverlening naar microservices verbonden door zogeheten API’s. Kijk maar eens naar je eigen bankzaken of zoiets simpels als boodschappen doen bij een supermarkt.
  2. De levensduur van een verdienmodel en deze illustreer ik het beste met een voorbeeld: vroeger bouwde KPN een telefooncentrale ter grootte van een kleine woning met een levensduur (en afschrijving) van 30 jaar. Tegenwoordig faciliteren ze een netwerk voor apps met een levensduur van 3-4 maanden. Voor de hele ontwikkeling, kostenopbouw en verdiencapaciteit heeft dit grote gevolgen.

De versnelde digitalisering -1-  

De exponentiele digitalisering ten aanzien van lineaire menselijke aanpassing en aanvaarding is in het figuur hieronder uitgebeeld:

De afgelopen maanden heeft de C-crisis hier dus nog een schepje bovenop gegooid, boven uitgebeeld als het ‘cataclysmic event’: we zijn on in heel korte tijd meer digitale hulpmiddelen gaan gebruiken. De afstand tussen technische ontwikkeling en aanpassing is tijdelijk verkleind.

Afhankelijk van het type organisatie waar je in zit is het aanpassingsvermogen ook anders, de lineaire lijn loopt steiler naarmate je een hoger natuurlijk aanpassingsvermogen hebt. Hier is ook duidelijk te maken dat:

  1. Het MKB een aantal natuurlijke voordelen heeft ten aanzien van de grote jongens en meiden: schaalgrootte werkt nu absoluut niet in je voordeel, de mammoettanker laveert te traag.
  2. typisch menselijke eigenschappen (empathie, creativiteit, etc.) steeds meer waard worden en daar zijn de dames van nature beter in dan de heren. Je ziet dat dames het nu dus ook beter doen.

Het verdienmodel -2-

Waar verdien je het geld mee in het bedrijf is de simpelste definitie van het verdienmodel, vaak ook makkelijk te beantwoorden voor een (MKB) ondernemer. Maar wanneer we willen kijken naar wat het omzet-maximum is wat er met dat verdienmodel kan worden binnengehaald dan wordt het al lastiger. Waarom willen mensen graag zaken doen? Waarom bestaat er een maximum aan een product? Wat is het (natuurlijk) voordeel van een concurrent? We kunnen een heleboel meer vragen stellen bij het verdienmodel dan bij de technologische ontwikkeling.

Dat loont absoluut! Kijk naar wat de budget vliegmaatschappijen nu aan voordeel hebben ten aanzien van de ‘gevestigde of meer nationale’ luchtvaartmaatschappijen. Door de afgelopen decennia constant met de elementen in het verdienmodel te experimenteren kunnen ze zeer flexibel vluchten aanbieden. Van de zomer zag ik € 30 voor een vlucht naar een geel Covid gebied, de ethische kant en wenselijkheid is een geheel andere discussie. Maar ook met deze prijzen en stunts verdient men nog geld of verliest in ieder geval minder dan de concurrentie. Er is een natuurlijk voordeel gecreëerd.

Een ander voorbeeld is de supermarkt die de afgelopen jaren een enorme transformatie heeft doorlopen met meer kant en klare maaltijden, meer food-for-comfort, thuisbezorgen, een bestel-, bezorg en afreken app. Er komen ook allerhande nieuwkomers (PicNic, HelloFresh, etc.) in de markt die op dat gemak inspelen en omzet meepikken. Maar wat zou het mooi zijn wanneer er één concept en bedrijf is wat al deze omzetstromen kan combineren en stapelen……

Een voorbeeld van het Ostenwalder business model canvas voor een nieuwe omzetstroom in de supermarkt zie je hieronder. Herken je de lokale supermarkt er in terug? Of meer een nationale speler?

Nu is het Ostenwalder model maar één van vele instrumenten die je kan gebruiken om over je verdienmodel na te denken, dit uit te werken en er varianten op te bedenken. Je kan variëren door onderdelen van het canvas uit te werken in zogeheten client journeys of customer journeys en daar allerlei vragen over te stellen. Waar gaat het goed, waar heeft men een hekel aan en kan ik hier iets (digitaal) aan verbeteren? Op dit moment zijn er veel studenten op zoek naar stageplekken en dit soort onderzoeken is een prachtige stage of zelfs afstudeeropdracht.

Een snelle methode om voor jezelf aan  de slag te gaan is het Ostenwalder canvas in te vullen en jezelf dat per onderdeeltje de volgende zeven vragen te stellen:

  1. Kan ik het vervangen?
  2. Kan ik het combineren, waar kan ik combinaties en connecties leggen?
  3. Moet er wat worden aangepast?
  4. Kan ik groeien?
  5. Is het op een andere manier te gebruiken?
  6. Moet ik dit weglaten of kleiner maken?
  7. Kan ik zaken digitaal laten verlopen?

Op een andere manier naar je hele omgeving kijken, geen kopieergedrag aanleren en echt uitvogelen waar je het ten aanzien van de concurrent beter kan doen, flexibeler kan bewegen of volgens mij het allerbeste: de mens echt centraal kan zetten in de dienstverlening. Een handige website met instrumenten om bij je analyse en uitwerking te gebruiken is www.diytoolkit.org. Wil je meer praktisch aan de slag neem dan even contact op of kijk even in het ontwikkel aanbod van beUnited (link).