Aanvraagloket TVL-subsidie voor 2021 is open

Het MKB kan vanaf nu de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het 1e kwartaal van 2021 aanvragen. Het subsidiepercentage is flink opgeschroefd dit jaar. Organisaties met meer dan 250 werknemers komen nu ook in aanmerking, maar zij moeten wachten met hun TVL-aanvraag tot het systeem daarop is ingericht.

De TVL is bedoeld als compensatie voor vaste kosten die maar door blijven lopen bij ondernemers die geen euro verdienen door de coronamaatregelen. Het TVL-loket voor het eerste kwartaal van 2021 is sinds 15 februari 12:00 uur open op de website van de RVO. Aanvragen kan tot 30 april aanstaande om 17:00 uur.

Voorwaarden TVL eerste kwartaal 2021

Om de TVL te kunnen aanvragen moeten bedrijven & organisaties aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten zij in het lopende kwartaal minstens 30% minder omzet hebben dan in dezelfde periode in 2019. De TVL is in 2021 fiks verruimd ten opzichte van het vierde kwartaal van 2020. Belangrijke verschillen zijn:

  • Organisaties die meer dan 30% omzetverlies hebben, krijgen 85% van de berekende vaste lasten vergoed (dit was 50 tot 70%).
  • Het maximumbedrag aan TVL is opgehoogd van € 90.000 naar € 330.000. Voor organisaties met meer dan 250 werknemers is dit zelfs € 400.000. Het minimale subsidiebedrag klimt van € 750 naar € 1.500.
  • Op voorspraak van de Tweede Kamer kunnen organisaties die minstens € 1.500 aan vaste lasten hebben in het kwartaal ook TVL aanvragen. Eerder lag de drempel op € 3.000.

Nabetaling als uitbreiding regeling is goedgekeurd

Ook nieuw is dat organisaties met meer dan 250 werknemers TVL kunnen aanvragen. Maar zij kunnen nu nog niet terecht bij het aanvraagloket. Eerst moet de uitbreiding van de TVL namelijk nog langs de Europese Commissie, en daarna moet die nog verwerkt worden in de systemen van de RVO. Als dat traject klaar is, kunnen ook grotere organisaties hun aanvraag indienen.

Het MKB kan dus wel al terecht, maar zij krijgen nu de TVL uitbetaald volgens de voorwaarden die golden in het vierde kwartaal 2020. De RVO doet dan een extra nabetaling op het moment dat de TVL-uitbreidingen zijn verwerkt. Wanneer dit het geval zal zijn, weet het kabinet nog niet.

De RVO gaat ook nog eens kijken naar ondernemers die bezwaar hebben gemaakt tegen de afwijzing van hun TVL-aanvraag, meldt het kabinet in antwoorden aan de Kamer (doc). Dat is naar aanleiding van enkele zaken bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Die ondernemers hadden volgens het Handelsregister de ‘verkeerde’ hoofdactiviteit, terwijl zij wel degelijk in een sector zaten die TVL kon krijgen.

Inmiddels is de TVL niet meer beperkt tot een paar branches, maar kunnen alle ondernemingen een aanvraag doen.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing
Werkgevers krijgen meer subsidie voor lonen via NOW

Werkgevers krijgen meer subsidie voor lonen via NOW

Het demissionair kabinet heeft een uitbreiding van de NOW aangekondigd. Een werkgever kan in het eerste en tweede kwartaal van 2021 maximaal 85% van de loonsom vergoed krijgen. Ook zijn versoberingen van de NOW in het tweede kwartaal teruggedraaid.

Met de verlenging van de huidige lockdown tot en met 9 februari en de invoering van de roemruchte avondklok, heeft het kabinet besloten het steun- en herstelpakket voor de economie flink te verruimen. Dit schrijven de demissionaire ministers en staatssecretarissen van Financiën, Sociale Zaken en Economische Zaken in een brief aan de Tweede en Eerste Kamer. Met de uitbreiding wil het kabinet zo veel mogelijk werkgevers en hun werknemers door de komende periode heen helpen. De vergoeding van de loonsom in de NOW wordt verhoogd van 80% naar 85%. Ook heeft het kabinet besloten de afbouw van de NOW voor het tweede kwartaal terug te draaien.

Vrijstelling loonsom blijft 10% in tweede kwartaal

Met de verhoging van de loonsomvergoeding wil het kabinet ondernemingen extra in de loonkosten tegemoetkomen als hun omzet daalt als gevolg van de coronamaatregelen. Zowel in het eerste als het tweede kwartaal van 2021 kan de werkgever maximaal 85% van de loonsom vergoed krijgen. Daalt de loonsom in het eerste en tweede kwartaal met maximaal 10%, dan heeft dit geen gevolgen voor de hoogte van het subsidiebedrag. De vrijstelling van de loonsom zou in het tweede kwartaal verhoogd worden naar 20%, maar blijft nu dus maximaal 10% bedragen.
Om in aanmerking te komen voor de NOW moet de werkgever in zowel het eerste als tweede kwartaal een minimaal omzetverlies van 20% hebben (dit was 30% in kwartaal twee). Het maximaal te vergoeden loon per werknemer blijft in beide kwartalen gebaseerd op tweemaal het dagloon.

Uitbetaling vergoeding kan iets langer duren

Het aanvraagtijdvak voor de maanden oktober tot en met december 2020 is inmiddels gesloten. UWV streeft ernaar het aanvraagloket voor het inmiddels vierde aanvraagtijdvak te openen op 15 februari. Werkgevers kunnen van 15 februari tot en met 14 maart NOW-subsidie aanvragen voor de maanden januari, februari en maart. De ministers schrijven in de Kamerbrief dat de werkgever na het indienen van de aanvraag, gewoonlijk binnen een aantal dagen een voorschot ontvangt als hij aan de voorwaarden voldoet. Om de nieuwe verhoging van de vergoeding mee te kunnen nemen in de voorschotten, bestaat de kans dat de eerste uitbetalingen een aantal dagen later worden overgemaakt dan werkgevers gewend zijn van eerdere NOW-uitbetalingen.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing
beUnited Blog Update Subsidie voor duurzame inzet en eerder stoppen

update | Subsidie voor duurzame inzet en eerder stoppen

Het kabinet trekt flink de portemonnaie voor duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden: ruim een miljard, tot en met 2025. Bedrijven kunnen, geclusterd in sectoren, subsidie aanvragen voor de Tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (dieu). Tot driekwart van het subsidiebedrag kan worden gebruikt om eerder te stoppen met werken.

Hoe regel je dat, eerder stoppen met werken? De Eerste Kamer is op 12 januari 2021 akkoord gegaan met 2 onderdelen van het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Alleen het onderdeel Bedrag ineens gaat na kritiek van de senatoren op de uitvoerbaarheid pas in op 1 januari 2023.

Bedrijven betalen, als ze een werknemer vervroegd met pensioen laten gaan, geen 52 procent belasting (RVU-boete) over een bruto-jaarinkomen tot 21.200 euro (bedrag van 2020) dat ze hun (deels) stoppende werknemer betalen. Het vrijgestelde bedrag komt overeen met de bruto-AOW per jaar. Dat kan tot 3 jaar vòòrdat de werknemer AOW krijgt. Deze fiscale vrijstelling geldt terugwerkend vanaf 1 januari 2021 tot en met 2025.

Werknemers die meer verdienen, of meer willen verdienen kunnen voor dat meerdere mogelijk vervroegd bedrijfspensioen opnemen. Nog eerder stoppen met werken dan 3 jaar voor de pensioendatum betekent de RVU-boete betalen over de extra tijd. Mensen die langer doorwerken krijgen geen hogere vrijstelling.

Bedrag ineens en verlofsparen

Bij het bedrag ineens (kan naar verwachting vanaf 1 januari 2023) kunnen werknemers tot 10 procent van het opgebouwde bedrijfs(tak)pensioen opnemen (afkopen in jargon) op de dag dat ze met pensioen gaan. Of in de maand februari van het jaar volgend op het jaar waarin ze AOW krijgen. Alleen bij afkoop op 1 van deze 2 momenten is de gepensioneerde geen AOW-premie verschuldigd over het bedrag ineens.

Bij verlofsparen gaat het om opsparen van bovenwettelijke vakantiedagen en compensatieverlof. Dit kan tot 100 werkweken belastingvrij, om eerder met pensioen te kunnen, of om een sabbatical of opleiding te bekostigen.

Zware beroepen-discussie

De vrijstelling van de RVU-boete is met name bedoeld om eerder uittreden makkelijker te maken ‘in sectoren met relatief veel werk dat als zwaar wordt ervaren, zoals aangegeven door de sectoren havens, bouw, vervoer, metaal en zorg’, aldus de toelichting bij het wetsvoorstel. Het was oorspronkelijk dus alleen bedoeld voor zware beroepen. Maar het bleek niet goed mogelijk om een sluitende omschrijving op te stellen van zware beroepen. Bovendien, zegt het kabinet in de toelichting bij dieu, ook in sectoren met relatief veel kleine en middelgrote bedrijven hebben werkgevers problemen met de financiering van uitkeringen voor eerder uittreden, terwijl hun werknemers daar wel behoefte aan hebben. Dus geldt de regeling tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2026 voor iedereen die er gebruik van kan, wil of moet maken. Werkgevers en werknemers kunnen dit regelen per cao. Het is een van de afspraken uit het Pensioenakkoord.

Kwart subsidie voor duurzame inzetbaarheid

Werkgevers kunnen de kosten van 3 jaar deels het loon van vervroegde uittreders doorbetalen vergoed krijgen als ze de dieu-subsidieregeling gebruiken. Maar: daar gelden strikte eisen voor. Hoogstens driekwart van het bedrag van elke subsidie-aanvraag kan hiervoor worden gebruikt. Minstens een kwart van elke subsidie-aanvraag moet gaan naar investeringen in duurzame inzetbaarheid. Niet naar vervroegd uittreden. Ook alle doorbetaalde jaarinkomens bij elkaar mogen niet meer zijn dan driekwart van alle subsidie die een sector uiteindelijk aanvraagt voor dieu.

Hoe maak je daar als werkgever gebruik van? Een bedrijf kan niet alleen voor zichzelf subsidie aanvragen. Bedrijven moeten eerst per sector een knelpuntenanalyse maken.

Knelpuntenanalyse

Vanaf januari 2021 kunnen sectoren 20.000 euro subsidie aanvragen voor een analyse van de knelpunten in hun sector. Deze knelpuntenanalyse moet ingaan op beide thema’s: duurzame inzet bevorderen en mensen die niet langer kunnen doorwerken vervroegd laten uittreden. Het moet minstens het volgende bevatten:

  • een beschrijving van de omvang en samenstelling van de werkenden in de sector,
  • het aandeel mkb-bedrijven in de sector, en:
  • een beschrijving van de problematiek met betrekking tot duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden in de sector.

De knelpuntenanalyse laat ook zien of subsidie aanvragen zin heeft en haalbaar is. De knelpuntenanalyse dient als input voor een sectoranalyse en activiteitenplan. De sectoranalyse brengt de knelpunten op duurzame inzetbaarheid binnen de sector uitgebreider in kaart, en bevat een activiteitenplan om die knelpunten aan te pakken.

Activiteitenplan

Sectoren kunnen tussen 2021 en 2025 elk jaar een verzoek indienen om subsidie voor een activiteitenplan, gebaseerd op de sectoranalyse. Ook minstens een kwart van de activiteiten in het activiteitenplan moet zijn gericht op duurzame inzetbaarheid, niet op vervroegde uitstroom. Meer informatie over het aanvraagproces biedt de AWVN.

Minstens een kwart voor duurzame inzet

Minstens een kwart van de activiteiten in het activiteitenplan moet dus zijn gericht op duurzame inzetbaarheid. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderscheidt hierbij de volgende thema’s:

  1. bevorderen van gezond, veilig en vitaal werken;
  2. bevorderen van goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap;
  3. stimuleren van een leven lang ontwikkelen en arbeidsmobiliteit van werkenden;
  4. bevorderen van eigen regie op de loopbaan van werkenden.

Meer informatie over deze vereisten is te vinden in de memorie van toelichting bij de Tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden.

Looptijd en minimumbedrag

In 2021 en 2022 gaat het om aanvragen voor activiteitenplannen met een projectduur van 2 jaar. In 2023 en 2024 gaat het vooral om een vervolg op lopende activiteitenplannen. Ook late aanvragers kunnen dan nog subsidie aanvragen. Alles bij elkaar moet het in elk activiteitenplan gaan om minstens 250.000 euro aan subsidie voor alle activiteiten bij elkaar.

Meer informatie en hulp?

Wij kunnen ons goed voorstellen dat je hierbij wel wat hulp kunt gebruiken. En die is er. Zo werkt de AWVN samen met CNV en FNV in de SPDI – Sociale Partners samen voor Duurzame Inzetbaarheid. Zij bieden je (naar eigen zeggen) onder andere deskundige adviseurs, hulp bij een actieplan, begeleiding bij verbetertrajecten en praktische instrumenten.

BRON

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing
beUnited blog Subsidie voor duurzame inzet en eerder stoppen

Subsidie voor duurzame inzet en eerder stoppen

Het kabinet trekt met bijna 1 miljard flink de portemonnee voor duurzame inzetbaarheid. Bedrijven kunnen, geclusterd in sectoren, vanaf nu  subsidie aanvragen voor de Tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (dieu). Tot driekwart van het subsidiebedrag kan worden gebruikt voor eerder stoppen met werk.

Werkgevers betalen tussen 2021 en 2025 werkgevers geen RVU-boete voor werknemers die ze tot 3 jaar vòòr de AOW-leeftijd met pensioen laten gaan. De vrijstelling gaat over een bruto-jaarinkomen tot 21.200 euro (in 2020) dat ze hun (deels) stoppende werknemer betalen. Werkgevers die meer betalen, of alle 3 de jaarinkomens tegelijk vergoeden moeten de RVU-boete wel betalen. Ook mogen alle doorbetaalde jaarinkomens bij elkaar niet meer zijn dan driekwart van alle subsidie die een sector uiteindelijk aanvraagt voor dieu. Werknemers die meer verdienen, of meer willen verdienen moet voor dat meerdere vervroegd bedrijfspensioen opnemen. Eerder stoppen met werken dan 3 jaar voor de pensioendatum betekent de RVU-boete betalen over de extra tijd. Mensen die langer doorwerken krijgen geen hogere vrijstelling.

Moet nog door Eerste Kamer

De Eerste Kamer moet nog stemmen over het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Toch zouden sectoren terugwerkend vanaf 1 januari 2021 de subsidieregeling kunnen gebruiken. Als dat gebeurt kunnen werknemers die voldoen aan de voorwaarden vanaf 1 januari 2021 vervroegd stoppen met werken. De werkgever kan de RVU-boete dan terugkrijgen van de Belastingdienst. Voor 2021 is ruim 100 miljoen extra beschikbaar, bovenop de 960 miljoen aan structurele subsidie tot en met 2025.

Zware beroepen-discussie

Het schrappen van de RVU-boete voor vroege stoppers was eigenlijk alleen bedoeld voor zware beroepen. Maar omdat niet duidelijk is wat zware beroepen zijn, geldt de regeling tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2026 voor iedereen die er gebruik van wil en kan maken. Werkgevers en werknemers kunnen dit regelen per cao. Het is een van de afspraken uit het Pensioenakkoord.

Vervroegd uittreden

De vrijstelling van de RVU-boete is met name bedoeld om eerder uittreden makkelijker te maken ‘in sectoren met relatief veel werk dat als zwaar wordt ervaren, zoals aangegeven door de sectoren havens, bouw, vervoer, metaal en zorg’, aldus de toelichting bij het wetsvoorstel. Maar ook in sectoren met ‘relatief veel kleine en middelgrote werkgevers die problemen hebben met de financiering van uitkeringen voor eerder uittreden, terwijl hun werknemers daar wel behoefte aan hebben.’

Kwart subsidie voor duurzame inzetbaarheid

Minstens een kwart van elke subsidieaanvraag moet dus gaan naar investeringen in duurzame inzetbaarheid. Niet naar vervroegd uittreden. Hoe maak je daar als werkgever gebruik van? Een bedrijf kan niet alleen voor zichzelf subsidie aanvragen. Bedrijven moeten eerst per sector een knelpuntenanalyse maken.

Knelpuntenanalyse

Vanaf januari 2021 kunnen sectoren 20.000 euro subsidie aanvragen voor een analyse van de knelpunten in hun sector. Deze knelpuntenanalyse moet ingaan op beide thema’s: duurzame inzet bevorderen en mensen die niet langer kunnen doorwerken vervroegd laten uittreden. Het moet minstens het volgende bevatten:

  • een beschrijving van de omvang en samenstelling van de werkenden in de sector,
  • het aandeel mkb-bedrijven in de sector, en:
  • een beschrijving van de problematiek met betrekking tot duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden in de sector.

De knelpuntenanalyse laat ook zien of subsidie aanvragen zin heeft en haalbaar is. De knelpuntenanalyse dient als input voor een sectoranalyse en activiteitenplan. De sectoranalyse brengt de knelpunten op duurzame inzetbaarheid binnen de sector uitgebreider in kaart, en bevat een activiteitenplan om die knelpunten aan te pakken.

Activiteitenplan

Sectoren kunnen tussen 2021 en 2025 elk jaar een verzoek indienen om subsidie voor een activiteitenplan, gebaseerd op de sectoranalyse. Ook minstens een kwart van de activiteiten in het activiteitenplan moet zijn gericht op duurzame inzetbaarheid, niet op vervroegde uitstroom. Meer informatie over het aanvraagproces biedt de AWVN.

Minstens een kwart voor duurzame inzet

Minstens een kwart van de activiteiten in het activiteitenplan moet dus zijn gericht op duurzame inzetbaarheid. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderscheidt hierbij de volgende thema’s:

  1. bevorderen van gezond, veilig en vitaal werken;
  2. bevorderen van goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap;
  3. stimuleren van een leven lang ontwikkelen en arbeidsmobiliteit van werkenden;
  4. bevorderen van eigen regie op de loopbaan van werkenden.

Het vijfde thema, maatwerkafspraken voor eerder uittreden, kan driekwart van de subsidie belopen. Meer informatie over deze vereisten is te vinden in de memorie van toelichting bij de Tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden.

Looptijd en minimumbedrag

In 2021 en 2022 gaat het om aanvragen voor activiteitenplannen met een projectduur van 2 jaar. In 2023 en 2024 gaat het vooral om een vervolg op lopende activiteitenplannen. Ook late aanvragers kunnen dan nog subsidie aanvragen. Alles bij elkaar moet het in elk activiteitenplan gaan om minstens 250.000 euro aan subsidie voor alle activiteiten bij elkaar.

Meer informatie en hulp?

Wij kunnen ons goed voorstellen dat je hierbij wel wat hulp kunt gebruiken. En die is er. Zo werkt de AWVN samen met CNV en FNV in de SPDI – Sociale Partners samen voor Duurzame Inzetbaarheid. Zij bieden je (naar eigen zeggen) onder andere deskundige adviseurs, hulp bij een actieplan, begeleiding bij verbetertrajecten en praktische instrumenten.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email
Share on xing